“De tongval van de stad Leiden is zonder twijfel verre weg de leelijkste, de onaangenaamst, platst klinkende tongval van geheel Holland.” Dat vond een dialectoloog in 1874. Door Onze Taal.

Of dat oordeel klopt, kun je dit weekend zelf horen tijdens een van de grootste volksfeesten boven de grote rivieren: 3 oktober; de viering van het einde van het Spaanse beleg van de stad in 1574.

Er zijn twee soorten dialecten en accenten. De ene soort kun je zonder veel gêne gebruiken en hoor je dus ook wel in de media - denk aan het Amsterdams, het Rotterdams, en aan Brabantse en Gooise accenten.

De andere soort maakt je in de oren van veel luisteraars meteen een boer, zoals Gronings, Zeeuws of Alblasserwaards.

Lamlendig

Maar ook in de Randstad zijn er wel tongvallen waarmee je niet makkelijk wegkomt. Het Leids bijvoorbeeld heeft een heel laag aanzien. Dat werd volgens de dialectoloog Johan Winkler gesproken door de “proletariërs, (het zoogenoemde Jan-hagel)”, en hij stak zijn oordeel - anders dan een wetenschapper tegenwoordig zou doen - niet onder stoelen of banken: het dialect klonk volgens hem “onbeschrijfelijk lijmerig en lamlendig”.

Helaas bestaan er geen opnames uit die tijd. Maar sinds kort staan er op de website van het Meertens Instituut gelukkig wél een heleboel opnamen van een paar decennia geleden, waaronder ook een flink aantal uit Leiden, veelal in het karakteristieke dialect.

Rubberen Robbie

Hoe leg je nou uit wat typisch Leids is? Stel je een zangerig mengsel van Rotterdams en plattelands-Zuid-Hollands voor, maar dan meer binnensmonds gesproken, en met wat Vlaams aandoende klanken als de è in plaats van ei of ij, en je hebt ongeveer het Leids.

Doe bijvoorbeeld eens de cursus ‘Leids voor beginners’ op YouTube - een beetje over de top, maar toch wel illustratief. Of luister naar een van de liederen van Rubberen Robbie, zoals dat over z’n verkering Marie.

Natuurlijk hoor je dan wat typische Leidse woorden en uitdrukkingen. Kèikerris bijvoorbeeld, of de Leidse glibberr, of stopwoorden als jûh en dan - met een heel bijzondere intonatie. Het Leids Woordenboek uit 2007, van de lokale specialist Hans Heestermans, staat er vol mee.

Amerikaans

Maar het opzichtigst is toch wel die Amerikaans aandoende r. Rubberen Robbie heet niet voor niets zo. Het net genoemde woordenboek schrijft elke r voor het gemak dubbel, maar drie of vier r’en en wat w’s ertussendoor zou ook best kunnen. Een bekende mop luidt: Hoe klinkt een Leidse deurbel? Teerrrríng! Meteen ook een van de gebruikelijkste scheldwoorden ter plaatse.

Veel sprekers van het authentieke Leids zijn er tegenwoordig niet meer; de bevolking is zoals in de meeste steden veel gemengder geworden. Maar al zijn veel typische woorden al verdwenen, het accent is vaak nog prominent aanwezig, zeker bij ouderen en in de volkswijken.

Rreuzenrrad

De gelegenheid waarbij je het op straat het meest hoort, is op 2 en 3 oktober, als de stad één grrote kerrmis is. Het Lunaparrk. Haarring en wittebrrood of banaan met slagrroom eten in het rreuzenrrad, literrs bierr drrinken, en dan zonderr te slapen doorr naarr het Rreveilllje om daarrna ouwerrwetse geuzenliederren te zingen in het Burrgemeesterr Van derr Werrfparrk. Dát is het echte Leidse drrie oktoberr.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.