Coleslaw, smear-case, waffle. Wat zijn dát nu weer voor woorden? De verstokte taalpurist veert misschien geschrokken op. Zijn nu ook al de koolsla, de smeerkaas en de wafel slachtoffer geworden van de Engelse zondvloed die het Nederlands aan het wegspoelen is? Door Onze Taal

Nee, het is precies andersom. Dit zijn Nederlandse leenwoorden die zijn ingeburgerd in Amerika.

En er zijn er nog veel meer. Dollar bijvoorbeeld. Komt van het Nederlandse daalder. En sleigh (inderdaad: van slee), en natuurlijk Santa Claus, die het dan wel tot Kerstman mag hebben geschopt, maar intussen wel degelijk lijnrecht terug te voeren is tot Sinterklaas. Deze dagen zullen dit soort voorbeelden waarschijnlijk veel te horen zijn, want vandaag begint de ‘NY400 Week’.

Máxima

Tijdens deze NY400 Week wordt gevierd dat vierhonderd jaar geleden Nederlandse kolonisten per toeval op het eiland Manhattan landden, en daar Nieuw-Amsterdam stichtten. Dat zou later uitgroeien tot New York, waar de herdenkingsfestiviteiten zich dan ook zullen afspelen. Onder de gasten bevinden zich Willem-Alexander en Máxima.

Een van de onderdelen van het feestprogramma is de presentatie, donderdag, van een boek waarin werkelijk alles te lezen is over de sporen die de Nederlandse taal heeft nagelaten in Amerika. Het heet Yankees, cookies en dollars, en is geschreven door de fameuze, onvermoeibare taalvorser Nicoline van der Sijs.

Broadway: Breede Weg

Deze zomer gaf Van der Sijs al een voorproefje van haar boek in Onze Taal. Daaruit valt op te maken dat de feestgangers deze week in hun omgeving al iets kunnen zien van wat er in het boek te lezen is. Stel bijvoorbeeld dat ze op Broadway terechtkomen, dan zijn ze in een straat die ooit Breede Weg heette.

En Wall Street, dat blijkt terug te gaan op Walstraat, waarlangs een muur liep die de Nederlanders rond de stad aanlegden ter bescherming tegen bijvoorbeeld de indianen. Brooklyn is dan weer de veramerikanisering van Breukelen, en Coney Island van Conyne Eylandt (‘konijneneiland’).

Kikeout

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. The Bronx is genoemd naar een zekere Jonas Bronck, Flushing was destijds Vlissingen, en Harlem verwijst natuurlijk naar Haarlem. Ook buiten New York zijn er in Amerika allerlei namen met een Nederlandse oorsprong.

Er is een plaats die Kikeout heet, naar de uitkijkpost op een heuvel die de Nederlanders kijkuit noemden. En de rivier Boght dankt zijn naam aan het Nederlandse bocht, in de betekenis ‘kromming’, ‘baai’. Er zijn Amerikaanse rivieren en stroompjes met namen als Catskill, Beerkill, Foxen Kill en Sparkill; die zijn terug te voeren op het Nederlandse woord kil, als in Dordtse Kil.

Wereldtaal

De Nederlandse invloed houdt ook niet op bij de geografische namen. Nog een kleine greep: het Amerikaanse spook komt van ons gelijknamige woord, net als dobber. In dope herken je makkelijk het Nederlandse doop, en skate komt van schaats.

Je hoort weleens de vraag wat er zou zijn gebeurd als Nederland destijds New York niet had ingeruild voor Suriname. Zou dan het Nederlands in plaats van het Engels de wereldtaal zijn geworden?

Het is moeilijk hier gewoon ‘ja’ op te zeggen. Maar alle verstokte taalpuristen die klagen over de Engelse zondvloed die het Nederlands aan het wegspoelen is, zouden misschien ook híér eens bij stil kunnen staan: dat de taal van het machtigste land ter wereld zomaar een boek vol Nederlandse woorden kent.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.