De weerman speelt mooi weer

‘Woensdag en donderdag wordt het tropisch warm: héér-lij-ke dagen om naar het strand te gaan of een terrasje te pikken. Vól-óp zon en 28, 30 graden, misschien nog warmer – het kan niet op. Geniet u er vooral van, want in het weekend hebt u helaas de paraplu en regenjas alweer nodig.’ Door Onze Taal.

Dit zou zomaar het weerbericht voor de komende dagen kunnen zijn.

In het enige vaste onderdeel van elk nieuwsbulletin wordt allang niet meer sec de weersverwachting gegeven; steeds vaker is het weerpraatje een show van de weerman of -vrouw, niet zelden ingeleid door een vergezochte brug van de nieuwslezer.

‘En dan nu het weer. “Marjon, de tuinmeubelen bleven lekker droog vandaag.” “Ja, maar morgen regenen ze gewoon weer nat.”’ De toon is gezet – van het objectieve nieuws naar de ‘belevingstaal’ van het weer.

Geen onaardig weer

‘Morgen een afwisseling van zon en wolken: helemaal geen onaardig weer’, ‘Helaas neemt de bewolking toe’, ‘Gelukkig kunnen we volgende week rekenen op een prachtige nieuwe vorstperiode!’, ‘Het blijft saai weer de komende week.’

Soms voelt de presentator zich in zijn enthousiasme zelfs geroepen de kijker naar een zinvolle dagbesteding toe te loodsen: ‘Trekt u er vanmiddag vooral op uit!’

Zitten wij er wel op te wachten dat de presentator zijn eigen mening aan het weerbericht toevoegt? Hoe zouden we reageren als de journaallezer de nieuwsfeiten zou inkleuren met zijn persoonlijke opvatting daarover? ‘Jammer genoeg is gisteren in Den Helder een monumentaal schip afgebrand’, ‘Ik ben blij dat het einde van de crisis langzaam in zicht komt.’

Een graad of 22

Het weer wordt ook almaar losser. Zo kiezen sommige weermannen of -vrouwen bij het noemen van de temperatuur vrijwel standaard voor de formulering ‘Het wordt een graad of 22’ – of liefst nog wat meer uit de losse pols: ‘Het wordt niet veel warmer dan een graad of 22.’

Hoevéél warmer dan ongeveer 22 graden het zal worden, mag de kijker zelf raden. Verder kondigt de weerman graag aan dat ‘er van alles aan komt: regen, onweer, hagel en dergelijke’, liefst met achteloze wegwerpgebaren bij die laatste woorden.

Dooddoeners

En wat te denken van dooddoeners als ‘een spatje regen’, ‘een enkel straaltje zonneschijn’, personificaties in de trant van ‘De zon weet soms een gaatje te vinden’, ‘De temperatuur doet duidelijk een stap terug’, en grappige open deuren als ‘Tussen de buien door is het droog’? Van de weermensen wordt het geaccepteerd.

En soms krijg je bijna de indruk dat ze worden geselecteerd op het gebruik van overbodige woorden: ‘In het weekend, dan wordt het droog’, ‘In het oosten, daar schijnt de zon’, ‘Morgen, dat wordt een prachtige dag.’ In het weerbericht mag het allemaal.

Lekker losjes

Ook wordt het tegenwoordig ‘21 graden op de Wadden en 27 in Limburg’. Lekker losjes geformuleerd, maar naar de temperatuur in al die gebieden daartussenin is het gissen. Flauw? Misschien, maar bij de meeste ‘serieuze’ onderwerpen in het nieuwsbulletin zouden de woorden zorgvuldiger worden gekozen.

De weermensen weten zich verzekerd van hun plaats aan het eind of begin van de uitzending en kunnen het zich moeiteloos veroorloven hun persoonlijk getinte mooi weer te spelen. Zolang de kijker maar geen nattigheid voelt.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.

Tip de redactie