Klagen over de overheid is een nationale sport in Nederland. Gaat het niet over belastingen of betutteling, dan wel over het taalgebruik. Schrijven ambtenaren inderdaad zo onduidelijk? En wordt daar eigenlijk ook iets aan gedaan? Door Onze Taal

Ambtenaren kunnen niet schrijven. Dat vinden ze in elk geval zelf, zo blijkt uit Taalpeil, het verslag van het jaarlijkse taalonderzoek van de Nederlandse Taalunie. Dat onderzoek ging dit jaar over de relatie tussen burger, taal en overheid.

Helder Haags

Een van de opmerkelijkste resultaten uit dat onderzoek is dat zo'n driekwart van de ambtenaren denkt dat burgers overheidsteksten (te) ingewikkeld vinden. Maar 'slechts' 42 procent van de burgers vindt dat ook inderdaad. Dat is natuurlijk nog steeds veel. Volgens het boekje 'Zullen we zwaluwstaarten?' ligt het lees- en schrijfniveau van ambtenaren op een schaal van 1 tot 6 op niveau 5. Maar 60 procent van de Nederlanders zou niet meer dan niveau 3 halen. Dat is natuurlijk vragen om problemen.

Er wordt dan ook wel regelmatig geklaagd over de begrijpelijkheid van overheidsteksten. Om aan die klachten tegemoet te komen hebben diverse gemeenten projecten opgezet om het taalgebruik van ambtenaren te verbeteren. Helder Haags is een voorbeeld van zo'n project, dat loopt in de gemeente Den Haag. Die stad heeft ook, samen met Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, aan de wieg gestaan van de website schrijfmaargewoon.nl, waarop iedereen die dat wil zijn tekst kan controleren op moeilijk taalgebruik.

Defenestreren

Het is natuurlijk prima dat overheden hun ambtenaren aanmoedigen om begrijpelijke teksten te schrijven. Termen als concipiëren, defenestreren, implementeren en schaalsprong zijn voor niet-ingewijden lastig te plaatsen, om nog maar niet te spreken van een naam als Regeling berekening vermindering aanvulling verlenging gewenningsregeling.

Niet voor niets luidt een van de standaardadviezen voor ambtenaren die in duidelijke, of eenvoudige, taal willen schrijven: vermijd moeilijke woorden. Andere zijn: vermijd de passieve vorm en lange zinnen.

Maar intussen moeten we ook oppassen met die adviezen. Want wanneer is een woord moeilijk? Hoe lang is een lange zin? En hoe meet je dat dan? Computerprogramma's die de leesbaarheid van teksten meten, maken meestal gebruik van achterhaalde 'leesbaarheidsstatistieken'. In januari beschreef Onze Taal uitgebreid de haken en ogen aan deze meetmethoden. Taalwetenschappers betoogden toen dat het minstens zo belangrijk is dat een tekst goed aansluit op de voorkennis van een lezer. En die voorkennis is lastig te bepalen. De vraag is dus hoe betrouwbaar websites zijn die de moeilijkheid van teksten bepalen.

Te moeilijk?

We nemen de proef op de som: hoe moeilijk is deze column eigenlijk? Volgens schrijfmaargewoon.nl bevat hij tien zinnen die korter kunnen, drie passieve zinnen (waarvan er een niet passief blijkt te zijn), drie zinnen met te veel komma's (alle drie door opsommingen - deze zin is er één van) en vijf moeilijke woorden (slechts (twee keer, inclusief deze), daar (ook twee keer, inclusief deze), dan wel, concipiëren en implementeren). Defenestreren en schaalsprong zijn dus níét moeilijk.

Betekent dat dat deze column te moeilijk is? Voor sommige lezers waarschijnlijk wel. Moet de column daarom worden vereenvoudigd? Of is het wellicht misschien een beter idee om ervoor te zorgen dat meer mensen het Nederlands op een hoger niveau beheersen?

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.