Het poldermodel was een tijdje uit de gratie, maar het is weer helemaal terug. In volle glorie. Het is typisch Nederlands - niet alleen dat overlegmodel, maar zeker ook het oer-Hollandse woord polder. Door Onze Taal.

Is er iets Nederlandsers denkbaar dan een polder? Al sinds de Middeleeuwen worden grote delen van ons landschap bepaald door inpoldering. De Beemster, de Haarlemmermeer, Flevoland - allemaal ooit water en nu perfect geometrisch verdeeld land.

Het summum van Nederlandsheid: als aanstaande zaterdag Sinterklaas aankomt in Almere.

Aangeharkt

Dat eigenlijk de hele Nederlandse maatschappij zo'n keurig aangeharkt imago heeft, komt misschien wel doordat er nergens zo veel wordt vergaderd als hier: eindeloos overleg met consensus als resultaat.

Vroeger was overeenstemming over het gemeenschappelijk belang noodzakelijk omdat we anders wegspoelden. Tegenwoordig is het vooral de angst voor polarisatie: grote tegenstellingen en conflicten die de economie schaden door stakingen en inflatie, zoals eind jaren zeventig, begin jaren tachtig.

Polderen

Toen in 1982 regering, vakbonden en werkgevers het Akkoord van Wassenaar sloten, kreeg de consensuspolitiek een officieel karakter. Sinds 1997 wordt daar de naam poldermodel aan gegeven. Overleggen heet zelfs geen overleggen meer; het heet nu polderen.

Polderen is inmiddels hét werkwoord dat onze overlegcultuur kenmerkt: eindeloos praten, naar elkaar luisteren, niet op je strepen staan en niet met de vuist op tafel slaan. Polderen is water bij de wijn doen, veel water.

Crisis

Maar het poldermodel raakte rond het einde van Paars een paar jaar in een crisis. De Fortuyn-revolte, struikelende kabinetten, de vlucht naar links en rechts: vanaf 2001 liep het niet meer.

Nu lijkt de poldergeest weer helemaal terug. "Drie hoeraatjes voor het poldermodel!" Zo verkondigde De Pers gisteren dat het poldermodel Nederland glansrijk door de wereldwijde economische crisis heen gaat helpen.

Klei

De polder is dus onmisbaar voor Nederland, én voor onze taal. Volgens de taalkundige Jan Stroop bestaat er zelfs Poldernederlands: een nieuwe taalvorm die voor oude oren 'plat' klinkt ('Blaaif baai maai'). En de polder is volgens het Klein uitleenwoordenboek van Nicoline van der Sijs in heel veel andere talen een begrip geworden.

Zelfs het poldermodel is vertaald - in elk geval in het Engels en het Duits. Al kennen ze over de grens toch vooral onze letterlijke poldermodellen, zoals Frederique van der Wal en Doutzen Kroes. Er wordt hier toch een hoop moois uit de klei getrokken. Ook zonder compromissen.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.