Hoewel Judas Priest overschaduwd werd door succesvollere bands als Iron Maiden en Black Sabbath, zal niemand het belang van de Britse groep als grondlegger van de heavy-metal ontkennen.

Het grote publiek zal Judas Priest vooral kennen van de hit Living After Midnight uit 1980, al was de band rondom zanger Rob Halford enorm productief. In de jaren 70 en 80 verscheen er vrijwel ieder jaar een plaat van Judas Priest, met veelzeggende titels als Killing Machine, Point Of Entry, Screaming For Vengeance en Ram It Down.

Na het dubbelalbum Nostradamus uit 2008, een uitvoerige conceptplaat over de zestiende-eeuwse astroloog, vond de band dat het weer tijd was om terug te gaan naar de kern. Geen geëxperimenteer, maar vertouwde heavy-metal, beloofde gitarist Glenn Tipton over Redeemer Of Souls. De band is zijn belofte nagekomen.

In dat opzicht is Redeemer Of Souls een rechtstreekse voortzetting op Angel Of Retribution uit 2005, waarop ook al teruggegrepen werd naar de succesalbums uit de jaren 80. Hoewel trouwe fans het snarenwerk van gitarist en oprichter K.K. Downing zullen missen, blijkt Richie Faulkner een uitstekende vervanger, ook als co-auteur.

Diversiteit

Judas Priest walst compromisloos over de luisteraar heen met stevig beukwerk in de vorm van Dragonaut, Halls Of Valhalla, Down In Flames en March Of The Damned. Solide, maar tegelijkertijd dertien in een dozijn. De bonus-cd laat meer diversiteit horen, met rockballads Never Forget en Beginning Of The End en het pittige Snakebite.

Het grootste minpunt van het album is dat de productie erg blikkerig klinkt, vooral in nummers als Battle Cry, Crossfire en Metalizer. Dit lijkt bewust, maar het lompe, vlakke en holle geluid mist de gelaagdheid en dynamiek die de nummers echt had kunnen laten sprankelen. Alle subtiliteiten gaan uit het raam op dit zeventiende album.