"I'm a sad girl", zingt Lana Del Rey op haar derde album. Die stelling wordt kracht bijgezet door de veelal neerslachtige composities op de plaat. De scheidingslijn tussen Lizzy Grant en haar 'personage' Lana Del Rey is vaag.

Grant bracht onder haar eigen naam al eens een plaat uit, hoewel die al snel werd teruggetrokken. Onder het pseudoniem Lana Del Rey verscheen in 2012 het bejubelde Born To Die, voorafgegaan door de single Video Games in 2011. Dan Auerbach van The Black Keys werd als producer aangetrokken voor het nieuwe album.

Ultraviolence heeft een filmische kwaliteit. Een film noir, dat wel, maar in de zwart-wit beelden die je voor je ziet wanneer je de liedjes hoort, zie je een getroebleerde jonge vrouw, aangetrokken tot dramatiek en gevaar, maar ook dwepend in melancholie. Del Rey's kille vertolking van Sarah Vaughans The Other Woman is daarvan het summum.

Ook haar eigen composities bezitten die kwaliteiten. Haar plotselinge succes wordt op een wat sarcastische wijze beschreven in Money Power Glory, tegen de grimmige achtergrond van doffe beats en huilende gitaren, terwijl ze een van haar collega's genadeloos afbrandt in het buitengewoon cynische Fucked My Way To The Top.

Verleidelijk

Lana Del Rey klinkt als een verloren ziel in onderkoelde en hevig gestileerde popproducties als Shades Of Cool, Old Money, Pretty When You Cry en Cruel World, terwijl ze de luisteraar weet te strikken met verleidelijke refreinen. "I'm stronger than al my men, except for you", kirt ze als een tragische femme fatale in een oude film.

De vocalen van Del Rey klinken als die van een jazzzangeres in een rokerige kroeg. Zwoel en vol verlangen, maar tegelijkertijd getormenteerd, theatraal en vol pathos. Ze wilde voor dit album eigenlijk met Lou Reed samenwerken en de zangeres flirt dan ook met Velvet Underground-invloeden. Bovenal weet ze haar imago te cultiveren.