"De razernij die Linkin Park ooit voedde, is uitgeblust", oordeelde NU.nl in 2010 over een eerdere plaat van Linkin Park, maar op het zesde album klinkt de Amerikaanse band weer even furieus als in zijn begindagen.

Na het album Meteora uit 2003 schoof producer Rick Rubin achter het mengpaneel aan om samen met bandlid Mike Shinoda de albums Minutes To Midnight, A Thousand Suns en Living Things te produceren. Het resulteerde echter niet in het sterkste werk van de groep en ook Shinoda was ontevreden over de nieuwe richting.

Daarop werd besloten de creatieve koers van de voorgaande drie langspelers de rug toe te keren. Op The Hunting Party wordt teruggegrepen op de agressieve gitaarnummers van het zeer succesvolle debuutalbum Hybrid Theory. Al meteen op openingsnummer Keys To The Kingdom laat Linkin Park horen dat die stijl de band het beste past.

Om zijn terugkeer naar de nu-metal uit zijn beginperiode te onderstrepen, roept Linkin Park de hulp in van gitaristen Tom Morello (Rage Against The Machine), Page Hamilton (Helmet) en Daron Malakian (System Of A Down). Vooral de nummers met Hamilton en Malakian (All For Nothing en Rebellion) zijn nijdig en concessieloos.

Genadeloos

Ook op eigen kracht slaagt de band er moeiteloos in om die ongebreidelde energie, die fans zo misten op de laatste paar albums, terug te halen. Zo komen de heren met een hardcorepunknummer op de proppen in de vorm van het genadeloos harde War en op Wastelands en Mark The Graves wordt rap vermengd met metalrefreinen.

De instrumentale tracks The Summoning en Drawbar gelden samen met het melodramatische Final Masquerade tot de meest ingetogen momenten op The Hunting Party, maar met nummers als A Line In The Sand en Guilty All The Same (met rapper Rakim) lukt het Linkin Park weer als vanouds om de luisteraars omver te blazen.