De Britse singer-songwriter Jon Allen doet het graag rustig aan. Niet alleen kabbelt het gros van zijn liedjes minzaam voort, maar hij neemt ook uitgebreid de tijd om ze te schrijven.

Ruim vijf jaar geleden verscheen Allens debuutalbum Dead Man’s Suit, met daarop de regelmatig gedraaide single In Your Light. De zanger viel op door zijn korrelige vocalen, die menigeen deden denken aan Rod Stewart en Don Henley. Zijn tweede studioalbum Sweet Defeat, met de single Joanna, verscheen in de zomer van 2011.

In de drie jaar die verstreken werkte Allen aan zijn derde album, Deep River. Producer Tristan Longworth nam wederom plaats achter de knoppen, met als gevolg dat Deep River weing anders klinkt dan zijn twee voorgangers. Het lijzige stemgeluid van Allen wordt opnieuw omgeven door ouderwetse, semi-akoestische folkrock.

Allen citeert daarbij wederom naar hartenlust uit het werk van zijn voorbeelden. Zo doet openingsnummer Night & Day sterk denken aan Al Stewart en het verstilde Lady Of The Water is duidelijk geïnspireerd door Bob Dylan. Verder is er de nodige jaren 70-rock te horen in liedjes als Fire In My Heart en All The Money’s Gone.

Distilleren

Jon Allen klinkt op zijn fijnst al hij zijn rasperige vocalen loslaat op liedjes waarop hij folkrock vermengt met soul, zoals hier op Get What’s Mine en Loving Arms. Uit alle elementen van zijn vele voorgangers weet hij desondanks iets van een eigen geluid te distilleren, zoals te horen in Falling Back, Hummingbird Blues en Keep Moving On.

De 37-jarige Allen is een singer-songwriter van de oude stempel en laat ook nergens de intentie horen iets anders te willen. Zo lang dat betekent dat hij uiterst aangename liedjes voortbrengt als Wait For Me en het titelstuk van dit album, zal dat voor de liefhebbers geen bezwaar zijn. Al is hij niet de beste tekstschrijver van zijn generatie.