In de jaren 80 maakte de Schotse zanger Roddy Frame furore met Aztec Camera, maar toen de band halverwege het volgende decennium uit elkaar viel, richtte hij zich op een solocarrière. Seven Dials is zijn vierde soloalbum.

Aztec Camera was een van de betere Schotse new wave- en popbands uit de jaren 80, samen met Eurythmics, The Blue Nile,  Simple Minds, The Proclaimers, The Blow Monkeys, The Jesus & Mary Chain, Fairground Attraction en Ultravox. De band had internationale hits als Oblivious, Walk Out To Winter en Somewhere In My Heart.

In 1998 bracht frontman Roddy Frame zijn eerste soloalbum uit, getiteld The North Star. Acht jaar na voorganger Western Skies keert de zanger terug met Seven Dials. Hoewel Frame op dit studioalbum kiest voor een eigentijds klankbeeld, zijn er heel duidelijke stijlelementen te herkennen uit zijn tijd met Aztec Camera.

Zo zijn Postcard en Into The Sun niet van veel mindere kwaliteit als Oblivious, maar dan gearrangeerd met een frisse pop-rocksound. Ook in The Other Side, Forty Days Of Rain en On The Waves zijn Frame’s onmiskenbare zanglijnen te horen. Opmerkelijk is dat zijn stem nog nagenoeg hetzelfde klinkt als dertig jaar geleden.

Vaarwater

Voor wie bekend is met het werk van Aztec Camera voelt Seven Dials vertrouwd aan, zonder dat het een pastiche is van wat Roddy Frame al in de jaren 80 deed. Een vergelijking met zijn Engelse collega Nick Heyward van Haircut One Hundred voelt op zijn plaats, omdat ze stilistisch gezien in hetzelfde vaarwater zitten.

Ondanks de solide liedjes weet Roddy Frame op Seven Dials amper te verrassen, al wijkt hij een paar keer af van zijn kenmerkende stijltje. Het lijzige English Garden, het akoestische From A Train, het jazzy Rear View Mirror en het wat U2-achtige In Orbit zijn niet de oorwurmen van vroeger, maar desondanks zeer aangenaam luistervoer.