Toen de Amsterdamse muzikanten van Jungle By Night in 2011 hun debuutalbum uitbrachten, werden ze vooral onthaald als talentvolle jonge Fela Kuti-adepten. Op het derde album laat de groep horen meer in zijn mars te hebben.

Dat de exotisch klinkende jazzstukken van Jungle By Night niet alleen binnen de landsgrenzen onopgemerkt bleven, blijkt alleen al na een blik in de touragenda van de negenkoppige formatie. Zo is de groep te zien op jazzfestivals in onder meer Italië, Frankrijk, Duitsland en zelfs Japan. Op The Hunt wordt verbreding opgezocht.

In sfeer zoekt Jungle By Night nog steeds vooral de nachtelijke bedrijvigheid van de grote stad op. De dynamische arrangementen in openingsnummer Empire, waarbij de orgelklanken van Pyke Pasman om de funkgitaren en de galmende koperpartijen heen dansen, laten een metropool horen die floreert bij flikkerende neonverlichting.

De nadrukkelijke afrobeat van de voorganger wordt echter langzaamaan ingeruild tegen nadrukkelijk Amerikaans klinkende funk uit de eerste helft van de jaren 70. Zo zouden The Move, Weapon en Jakten perfect passen in een achtervolgingsscène in een van die blaxploitationfilms waarvan de soundtrack beter is dan de rolprent zelf.

Radeloosheid

Het broeierige Tasmatica (vernoemd naar een weekdier) heeft een zweem van zweterige erotiek om zich heen en zou derhalve ook uitstekend passen in een dergelijke pulpfilm. Anderzijds wordt het meer experimentele werk van Miles Davis aangehaald in To Sugar A Dream, dat een zekere onrust en radeloosheid ademt.

Naast duidelijke stijlelementen uit oude jazz en funk, probeert Jungle By Night met wisselend succes hiphopbeats te verwerken in zijn instrumentale stukken. Zo getuigt Desdemona van veel originaliteit, terwijl Hannoman klinkt als een aanvaring tussen The Roots, Pierre Henry en Curtis Mayfield. De jacht is geopend en dat hoor je.