De Britse muzikant Damon Albarn doet het niet graag alleen. Voorafgaand aan de release van zijn album Everyday Robots zei de Blur-zanger dat hij een hekel heeft aan het woord solo, omdat het zo eenzaam klinkt.

En dat is precies de indruk die de hoesfoto van zijn soloplaat Everyday Robots wekt. De frontman van Blur, Gorillaz en The Good, The Bad & The Queen zit er wat beteuterd bij op een krukje tegen een lege, grijze achtergrond. Albarn staat er voor het eerst in zijn reeds kwart eeuw durende carrière als muzikant echt alleen voor.

Nu bracht hij in 2003 al het vinylalbum Democrazy uit, maar die bestond uit demo’s die hij maakte voor het Blur-album Think Tank. Ook zijn soundtrack bij de theaterproductie Dr Dee was onderdeel van een groter geheel. Voor zijn andere projecten zocht hij altijd zielsverwanten op, maar nu is hij zielsalleen met zijn liedjes.

Alhoewel, hij werd grotendeels bijgestaan door producer Richard Russell, die eerder werkte met Gil Scott-Heron en Bobby Womack. Sterproducer Brian Eno (Coldplay, U2) kwam eveneens af en toe de studio binnenwandelen, net als Natasha Khan, alias Bat For Lashes. Albarn klinkt introspectief, maar zonder echt de diepte op te zoeken.

Bedaard

Wellicht was Lonely Press Play een betere titeltrack geweest, ook omdat nummer stilistisch goed uiteenzet hoe dit album klinkt: bedaard, bescheiden zelfs, met veel ruimte in de arrangementen en lichte elektronische accenten. De nummers Heavy Seas Of Love en Mr Tembo komen nog het dichtst in de buurt van zijn Gorillaz-werk.

Zelden klonken de liedjes van Albarn echter zo somber als Hollow Ponds, Hostiles, The History Of A Cheating Heart en The Selfish Giant, een van de meest innemende liedjes op Everyday Robots. Damon Albarn maakt op dit album duidelijk onderscheid tussen zijn alter ego als veelzijdige frontman en dat van introverte liedjesschrijver.