Het is inmiddels 23 jaar geleden dat het laatste album van Pixies verscheen en bassiste Kim Deal heeft de band al verlaten, maar toch doen Black Francis en consorten alsnog een wat halfslachtige poging een album uit te brengen.

De band werd in 1985 opgericht in Boston en bracht in 1988 het debuutalbum Surfer Rosa uit, met daarop memorabele nummers als Gigantic en Where Is My Mind?, in feite de blauwdruk voor veel van het latere materiaal. Het daaropvolgende album Doolittle bracht de indieklassiekers Debaser en Monkey Gone To Heaven voort.

De concessieloze mix van de harde grungegitaren, Deals ritmische baslijnen en de onnavolgbare teksten en pakkende melodieën van Francis Black waren eveneens de hoofdbestanddelen op Bossanova (1990) en Trompe Le Monde (1991), maar in 1993 hield de band het voor gezien. De reünie, tien jaar later, leverde een reeks live-cd’s op.

Indie Cindy moet dienen als de vijfde langspeler van Pixies, maar is een feite een collectie van twaalf nummers die tussen september en maart verspreid over drie EP’s verschenen. Een voorzichtige comebackplaat dus, al laten de opnames enkel een vage schim horen van de bijtende gitaarliedjes die Pixies ooit zo kenmerkten.

Tegenvallend

Een paar keer wordt de luisteraar herinnerd aan de venijnigheid van de band, met name op What Goes Boom, Bagboy, Blue Eyed Hexe en Ring The Bell. Verder wordt vooral duidelijk dat het heilige vuur inmiddels gedoofd is, hoewel Indie Cindy daarmee nog geen slecht comebackalbum is, hooguit tegenvallend. En Deal wordt gemist.

Anderzijds, wat verwacht je van een band die in bijna een kwart eeuw geen album meer heeft uitgebracht? De mildere kant van Francis Black, te horen op onder meer Andro Queen, Magdalena 318 en Greens And Blues, misstaat de band anno 2014 niet, al is het niet wat fans na al die tijd gehoopt hadden te horen van Pixies.