Zanger en bandleider Mark Everett blikt op het elfde album van Eels terug op zijn leven, zijn falen en zijn verdriet. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett is het vijfde album van Eels in even zoveel jaar.

Een stevige productiviteit, aangezien dit bijna de helft is van zijn in 22 jaar opgebouwde discografie.

Kwantiteit staat echter nog steeds niet gelijk aan kwaliteit, ook niet bij Eels. In de teksten wel. Woorden stromen bij Everett als water bij de Niagrawatervallen. En het zijn altijd woorden die het cliché ver ontstijgen.

Duizenden liedjes over een gebroken hart, een verloren liefde of ander ellendig liefdesverdriet en Eels weet je toch nog een keer te verrassen. Everetts gebroken stem breekt pas echt wanneer hij zijn verloren jeugdliefde Agatha Chang bezingt, niet wetende waarom hij haar überhaupt ooit heeft verlaten.

De muzikale aankleding van al het hartzeer is op dit album erg gezapig. Na verloop van tijd vormen alle dertien nummers een vlak, eentonig geheel, ondanks de verfijnde en kleine productie en arrangementen. Of wellicht juist daardoor. De plaat kent namelijk geen uitschieters. Ook niet naar beneden, overigens.

Krakend

The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett kabbelt voort, een gevolg van de keuze van Everett om het vooral klein te houden. Alles op deze langspeler is traag of nog trager. Aanvullingen als slepende strijkers liggen in de achtergrond en Everett die sleurt zichzelf krakend en brekend over die kleine details heen.

Everetts met pijn doorwrochte stem is de voornaamste reden om te blijven luisteren, maar na een eerder drieluik en Wonderful, Glorious van vorig jaar, lag meer muzikale spanning en diepte in de lijn der verwachting. Een gemis dat gedeeltelijk wordt ondervangen door de teksten van de grommende liederensmid, maar dat alleen is niet genoeg.