De Schotse band Jethro Tull is niet meer, zo liet frontman en liedjesschrijver Ian Anderson zich ontvallen. Wel blijft Anderson het werk van zijn band live uitvoeren en ook zijn zesde soloalbum ligt in het verlengde van Jethro Tull.

Jethro Tull had eind jaren 60 al groot succes, maar volgens kenners fabriceerde de progressieve rockband zijn magnum opus pas in 1972 met de langspeler Thick As A Brick. Veertig jaar na dato maakte Anderson op eigen titel een opvolger op die plaat, getiteld Thick As A Brick 2, en ook Homo Erraticus is indirect een voortzetting ervan.

Thick As A Brick was een conceptalbum waarbij de teksten geïnspireerd zouden zijn op het werk van kinddichter Gerald Bostock (een fictief figuur, door Anderson zelf bedacht) en op Thick As A Brick 2 vroeg Anderson zich af wat er van hem geworden was. Een literair werk op basis van een historisch manuscript zou de basis zijn voor dit album.

Een intrigerend achtergrondverhaal, maar allemaal uit Andersons duim gezogen. Dat alleen al maakt van Homo Erraticus een fantasierijk album, geheel in de traditie van de progressieve rock. De plaat is opgedeeld in drie hoofdstukken, waarbij Anderson belangrijke gebeurtenissen uit de Britse historie als spiegel gebruikt voor de moderne tijd.

Behapbaar

Anders dan bij het originele Thick As A Brick-album verpakt hij de onderwerpen in dertien behapbare liedjes van rond de drie minuten (plus een gesproken track). Enkel Puer Ferox Adventurus is een lang uitgesponnen werkstuk. In het tweede hoofdstuk worden de profetieën uit het fictieve document met enige bombast uitgelicht.

De finale bestaat uit een aantal 'openbaringen', wederom met dezelfde dramatiek die conceptalbums uit de jaren 70 zo sierden. De nergens overweldigende productie is het grote manco van Homo Erraticus, dat verder alles bevat waar Jethro Tull bekend om stond: epische saga’s gehuld in sprookjesachtige rock. En die eeuwige dwarsfluit.