Op de foto’s in het cd-boekje van Daydreams In Blackout worden de bandleden van Di-Rect omgeven door barokmeubilair. Deze kitscherigheid correspondeert niet met de rest van het artwork, noch met de muziek.

Di-Rect trok lang de tijd uit voor de zevende langspeler, want voorganger Time Will Heal Our Senses verscheen alweer tweeënhalf jaar geleden. De Haagse band had in de nieuwe bezetting een formule gevonden waarin de energieke rock uit de vorige incarnatie werd gecombineerd met complexere structuren en Coldplayeske grandeur.

Daydreams In A Blackout lijkt in eerste instantie een directe voortzetting van die formule, want albumopener Invincible laat in grote lijnen horen wat men van Di-Rect mag verwachten op basis van de laatste twee platen. In de eerste helft van het album verrassen de Hagenezen echter met veel elektronica in de arrangementen.

Zo is First Time wederom een liedje waarin duidelijke auditieve sporen van Coldplay te vinden zijn, maar nu aangevuld met een synthesizermotiefje. Het basloopje en de elektronische percussie van You & I doen enerzijds denken aan Fleetwood Macs popklassieker Big Love en anderzijds aan de meest recente plaat van Arcade Fire.

Stadionkrakers

Niet dat Di-Rect het verleerd is om te rocken, want in vrijwel alle nummers zijn de gitaarpartijen nadrukkelijk aanwezig en in Out In The Wild en Yeah Yeah Yeah mag Spike van Zoest gewoon lekker soleren. Liedjes als Paper Plane, That Would Be Something en het titelnummer worden laag voor laag uitgebouwd tot stadionkrakers.

De meest geslaagde exercitie is Here’s To Love, dat ontaardt in een indrukwekkende bombast van haast epische proporties. Daar tegenover staat All In Vain, dat juist charmant is in zijn relatieve eenvoud. Di-Rect heeft hoorbaar veel tijd gestoken in dit eindproduct en dat is niet voor niks geweest. De vraag is of het live overeind blijft.