Je zou het misschien niet zeggen, maar op muzikaal vlak hebben Queen, Jan Smit en Novastar op zijn minst één met elkaar gemeen: ze hebben allen een plaat opgenomen in de beroemde Rockfield Studio’s in Engeland.

De in Sittard geboren singer-songwriter Joost Zweegers wordt als een Belgische artiest gezien, maar bracht een deel van zijn leven in de Nederlandse grensstreek door. Het succes van Novastar is echter aanzienlijk groter bij onze zuiderburen, waar zijn titelloze debuut in het jaar 2000 zeven weken op de eerste plek doorbracht.

In Nederland was Almost Bangor tot op heden zijn hoogst genoteerde album (nummer 7 in 2008, in Vlaanderen nummer 2). Hij liet zijn fans zes jaar wachten op nieuw materiaal, maar wist wel de Britse producer John Leckie (Radiohead, Muse, The Stone Roses) te strikken, met wie hij Inside Outside opnam in de Rockfield Studio’s.

Waar de bands die Leckie in het verleden begeleidde allen iets nieuws brachten, borduurt Novastar op zijn vierde langspeler vooral voort op de toch al kabbelende liedjes uit zijn repertoire (Wrong, The Best Is Yet To Come, Waiting So Long en Because zijn het meest gedenkwaardig). Het klinkt enkel anders door de productie.

Gedateerd

Eigenlijk past die productie niet eens bij Novastars liedjes. Leckie geeft deuntjes als Tumulus Man, Faith In You, Light Up My Life, In Love With Another en Closer To You een tamelijk gedateerde sound mee, die het beste te vergelijken valt met Britse acts als James, Ocean Colour Scene en Del Amitri. Ook klinken zijn vocalen erg dof.

Wanneer je door de geforceerde productie heen luistert, hoor je dat Kabul, So Softly en End To End heerlijk dromerige liedjes zijn, maar Leckie begraaft Novastars mooie melodieën in onnodige studio-effecten, die werkelijk nergens de liedjes ten goede komen. Inside Outside beklijft daardoor nergens, al bevat de plaat goede ideeën.