Spinal Tap-adept Steel Panther kent geen gêne. De groep laat zich op de hoes van zijn derde album afbeelden als Jezus en zijn apostelen tijdens het Laatste Avondmaal met schaars geklede vrouwen en noemt de plaat All You Can Eat.

Van dat soort onderbroekenlol bedient de Amerikaanse heavy-metalband zich op de twaalf nieuwe nummers. De band rond voormalig L.A. Guns-zanger Ralp Saenz (in zijn rol van Michael Starr) bracht in 2009 het eerste album onder de naam Steel Panther uit, nadat de band eerst als Metal Shop en Metal Skool door het leven ging.

Wie de flauwe grappen en grollen van Steel Panther op voorgangers Feel The Steel (2009) en Balls Out (2011) kon waarderen, zal waarschijnlijk ook een grijns op het gezicht krijgen bij de verse reeks seksueel expliciete teksten van Saenz. De plaat is wederom een viering van en een parodie op bands als Mötley Crüe en Whitesnake.

Van smaakvolle of intelligente parodieën is echter geen sprake, want de band zingt zonder enige dubbelzinnigheden over bejaardenseks (Gangbang At The Old Folks Home), ejaculatie (Bukkake Tears) en menstruatie (She’s On The Rag). Dat de teksten opzettelijk vrouwonvriendelijk zijn, is een knipoog naar de genoemde bands.

Vermoeiend

De puberale humor en bijna continue seksgrappen worden halverwege het album erg vermoeiend. Wanneer Steel Panther zijn oversekste lyriek wat matigt, levert dat de sterkste liedjes van All You Can Eat op, namelijk Party Like Tomorrow Is The End Of The World, The Burden Of Being Beautiful en Ten Strikes You’re Out.

Muzikaal schort het echter nergens aan en liefhebbers van jaren 80-bands als Vixen, W.A.S.P., Poison, Warrant en vroege Bon Jovi zullen de smetteloze gitaarsolo’s en stadionrefreinen terecht kunnen waarderen. Een parodie, hoe goed ook, heeft echter een beperkte levensduur. Dat maakt dit derde album van Steel Panther wat ironisch.