Het Nederlandse popcircuit kent veel actieve bandjes en Ming’s Pretty Heroes is er daar een van. Met de albumtitel Roots And Bones impliceert de groep hart en ziel in de nieuwe plaat gestoken te hebben.

Achter Ming’s Pretty Heroes gaat de Rotterdamse singer-songwriter Ai Ming Oei schuil. De zangeres met het lange felrode haar bracht al in september 2009 haar debuutalbum Ok Mr. Mix uit, dat twee jaar later gevolgd werd door de langspeler Karma. Met Roots And Bones is haar formatie aan het derde album toe.

Oei produceerde het album samen met pianist Alexander van Popta, die eerder met onder meer Ntjam Rosie samenwerkte. Daarbij werd niet gekozen voor de meest gebruikelijke invulling van de liedjes, wat lovenswaardig is. Echter, Roots And Bones bevat mede daardoor ook geen potentiële radiohits.

Vocaal lijkt de zangeres beïnvloed te zijn door Kate Bush, Lykke Li, Simone White, Tori Amos en Ellie Goulding. Hoewel haar stemgeluid zondermeer prettig in het gehoor ligt, mis je soms wel de kracht in de uithalen of in de refreinen van liedjes als Lovermakers Heartbreakers, Deer In Headlights, Muse en het onderkoelde Fall.

Honingzoet

Net zoals haar vocalen is ook de productie degelijk, maar net iets te netjes en te beschaafd. Zeker bij de liedjes met nadrukkelijke triphop- en R&B-invloeden ontbreekt het aan dynamiek en overgave. Ming’s Pretty Heroes blijkt uit te blinken in honingzoete ballads als Roots, Try Again en That’s Why We Keep On Dancing.

Het is goed denkbaar dat deze liedjes tijdens een optreden van Ming’s Pretty Heroes beter uit de verf komen, want bij beluistering van de plaat heb je het idee dat je een dimensie mist. Wellicht dat de aantrekkelijke frontvrouw op de planken wel de juiste sfeer weet neer te zetten, maar het is haar niet gelukt deze in de studio te vangen.