Talloze artiesten vernoemden een album naar zichzelf. In de meeste gevallen hebben ze er allemaal dezelfde uitleg bij: het album in kwestie zegt meer dan ooit iets over de makers ervan. Zo ook bij Blood Red Shoes.

Dat is een beetje flauw, want je zet meteen al je voorgaande werk weg als iets dat niet oprecht zou zijn. Het Britse rockduo Blood Red Shoes wil met deze albumtitel laten weten weer terug te keren naar zijn eigen essentie: harde en genadeloze rocknummers maken, waarbij het geoorloofd is onbeschaamd te headbangen.

Want dat is iets dat gitariste Laura-Mary Carter en Steven Ansell een beetje hebben losgelaten op de derde studioplaat In Time To Voices, dat ze maakten met producer Mike Crossey (Foals, Arctic Monkeys). Aan deze vierde langspeler komt er echter geen externe producer te pas. Het duo deed alles geheel zelf, zonder bemoeienis.

In een studioruimte in Berlijn werkten Ansell en Carter op hun gemak aan de plaat, waarop de subtiliteiten van de voorganger grotendeels afwezig zijn. Juist dat ruwe staat de band goed. Zeker het contrast met de vocalen van Carter, beslist geen schreeuwlelijk, werkt wonderwel in liedjes als Behind A Wall, Grey Smoke en Stranger.

Rücksichtslos

De terugkeer naar het compromisloze gebeuk houdt overigens niet in dat Blood Red Shoes enkel rücksichtslos over je heen walst met zijn overstuurde snarenwerk en bulderende drums. Zo laat het tweetal op Cigarettes In The Dark horen dat finesses binnen een compositie er juist voor kunnen zorgen dat een liedje meer impact maakt.

Ondanks al het muzikale geweld, blijven de liedjes altijd centraal staan. In de beste nummers klinkt Blood Red Shoes als een mix tussen Blondie, Queens Of The Stone Age, Pixies, Tom Tom Club, Velvet Underground en Iggy Pop, in de mindere composities als een overambitieus punkbandje. Maar het duo blijft dichtbij zichzelf.