Popmuzikant David Bowie wordt wel eens omschreven als een 'muzikale kameleon', maar het repertoire van zijn jongere collega Beck kent minstens zoveel diversiteit. Morning Phase laat Becks meest introspectieve kant horen.

De in Los Angeles geboren Beck Hansen brak in 1994 door met zijn single Loser, twee jaar later gevolgd door zijn meest succesvolle album Odelay. De eclectische mix van stijlen, variërend van anti-folk tot samplepop en hiphop, is kenmerkend voor Beck. Op Morning Phase roept hij de vernieuwing echter (even) een halt toe.

De plaat volgt zes jaar na Modern Guilt, maar stilistisch gezien sluit deze twaalfde langspeler beter aan bij het grotendeels akoestische album Sea Change uit 2002, waarop hij zijn relatiebreuk belichtte. De muziek op Morning Phase laat zich het beste omschrijven als een mix van countryrock, folk en westcoastrock.

Vergelijkingen met Ryan Adams en Neil Young liggen voor de hand, zeker op fraaie stukken als Morning, Don’t Let It Go, Blackbird Chain, Country Down en Blue Moon. Het melancholische Unforgiven memoreert zelfs aan het werk van John Lennon, vanwege de traag voortslepende vocalen en de uitgerekte pianoaanslagen.

Oprechtheid

Samen met Sea Change mag Morning Phase als Becks meest conventionele werkstuk beschouwd worden, maar daarom niet minder interessant. Sterker nog, de dertien liedjes (waarvan twee instrumentale stukken) ontlenen hun pracht juist aan de oprechtheid die doorstraalt uit de ongecompliceerde teksten en songstructuren.

Neem bijvoorbeeld de fluisterzang over het simpele gitaargetokkel op Turn Away of het lichtpsychedelische folknummer Heart Is A Drum. Vooral het orkestrale Wave is van ongekende schoonheid, hoewel mijlenver verwijderd van de muziek waarmee Beck twintig jaar geleden doorbrak. Het kenmerk van een groot artiest.