In de twee jaar die verstreken sinds het laatste album van de Nederlandse band Moss gebeurde er veel in het leven van de bandleden. Al die dingen hadden invloed op We Both Know The Rest Is Noise.

De belangrijkste verschuiving binnen de band na het verschijnen van Ornaments was de wissel van bassist Jasper Verhulst voor nieuweling Koen van de Wardt. Samen met Van de Wardt werkte Moss in de oefenruimte in Amsterdam aan nieuwe nummers die de basis zouden vormen voor We Both Know The Rest Is Noise.

Een andere noemenswaardige wijziging in de werkwijze was de invloed van externe producer Kalle Gustafsson-Jemeholm, die eerder werkte met Cardigans-zangeres Nina Person en Whitest Boy Alive. Hij haalde Moss naar zijn studio in Götenborg en door uit de eigen comfortzone te stappen, leverde dat een avontuurlijk eindresultaat op.

De folky basisingrediënten die Moss reeds op de eerdere albums liet horen, keren hier terug, aangevuld met de inventiviteit van Ornaments. Waar die derde langspeler echter erg donker en introspectief klonk, klinkt We Both Know The Rest Is Noise veel opener en frisser. Vooral liedjes als Unilove en New Shape zijn daar het bewijs van.

Toegankelijk

Bovendien waren de liedjes van de band rondom vocalist Marien Doreleijn zelden zo toegankelijk als She’s Got A Secret, This Is The End Of Everything en Today’s Gold. Daar tegenover staan de desolate klanklandschappen die vooral het tweede deel van de plaat in hun greep hebben, zoals evident in Reset, Health en Bruised.

Met We Both Know The Rest Is Noise vindt Moss een balans tussen diens drie uiteenlopende voorgangers, de folktraditie combinerend met het elektronische geëxperimenteer. Naast zorgvuldige aandacht voor de auditieve verpakking van het elftal liedjes, gaat er ook niks aan de inhoud verloren. Moss heeft zichzelf hervonden.