Het tweede album van James Vincent McMorrow start veelbelovend. Klein, dreigend en soulvol tegelijkertijd introduceert de Ierse liedsmid Post Tropical, waarin de indiepop nauw grenst aan R&B en hiphop.

Met het debuut Early In The Morning werd James Vincent McMorrow gemakshalve in de verzamelhoek van de folkrevival gezet. Mumford & Sons en Bon Iver waren de referenties en dankzij McMorrows falsetstem en minimale arrangementen werd daar geregeld Jeff Buckley bij genoemd.

Die falsetstem is gebleven, het is het krachtigste handelsmerk van McMorrow. De folk en minimale arrangementen zijn echter ver naar de achtergrond verdwenen.

In navolging van James Blake en Jamie Woon kiest de Ier ervoor om zijn verhalen nu in elektronica, R&B en grootse gebaren te kleden. De nummers zitten vol met synthesizers, die de kale piano- of gitaarnummers aanvullen.

Grotesk

In een aantal gevallen vol de spijker op de kop, zoals in de vooruitgestuurde single Cavalier, waar de plaat ook mee opent, of Red Dust. Daar weet McMorrow het klein te houden, ondanks alle grote gebaren in de lagen rondom het liedje. Maar soms is het ook grotesk.

Dan werkt de Ier iets te duidelijk op de pathos en lijkt James Vincent McMorrow bewust en berekend muzikale trucs uit te voeren. Trucs die het tweede sterke punt van McMorrow uiteindelijk te ver naar de achtergrond drukken, zijn vermogen prachtige liederen te schrijven. Want ondanks, met of zonder de grote gebaren blijft dat wel overeind.