Tachtig jaar geleden werd het utopische Shangri-La in het Himalayagebergte voor het eerst beschreven in het boek Lost Horizon van James Hilton. De term wordt sindsdien te pas en te onpas gebruikt, onder meer door Jake Bugg.

De 19-jarige Britse zanger vond Shangri La klaarblijkelijk een sterke titel voor zijn tweede album. Maar zijn de deunen op de opvolger van zijn in 2012 verschenen titelloze debuutplaat werkelijk zo paradijselijk dat de albumtitel gerechtvaardigd wordt? Die vraag kan kort en krachtig met een luid 'nee' beantwoord worden.

Shangri La is een rechtstreekse voortzetting van Buggs uitstekende eerste langspeler, maar de liedjes lijken nog zo vers dat er schijnbaar amper tijd gestoken is in het verfijnen ervan. Die tijd had Bugg ook niet, want de release van Shangri La is naar voren geschoven ten bate van zijn succesvolle wereldwijde tournee.

Sterproducer Rick Rubin (Adele, Johnny Cash, Red Hot Chili Peppers, Kanye West) kiest er hier bovendien niet voor om de liedjes van veel opsmuk te voorzien. Net als met zijn werk voor Cash uit de American Recordings-reeks legt Rubin zoveel mogelijk ongepolijste uitvoeringen vast van Buggs verse pennenvruchten.

Profiteren

Bij ongeveer de helft van het dozijn liederen blijkt die aanpak goed te werken. Vooral de drie venijnige stukken aan het begin van de plaat (There’s A Beast And We All Feed It, Slumville Sunrise en het wat Arctic Monkeys-achtige What Doesn’t Kill You) profiteren hiervan. Idem voor rocksong Kingpin en het akoestische Pine Trees.

Nummers als Messed Up Kids, A Song About Love en Kitchen Table zijn in basis goed, maar hadden het verdiend verder uitgewerkt te worden. Daarnaast levert Bugg met Me And You, Simple Pleasures en All Your Reasons wat gezapige deuntjes in lijn van Amy Macdonald af. Niet bepaald paradijselijk, maar verder een aardig plaatje.