Veertig jaar na dato kun je het je bijna niet voorstellen dan Mike Oldfield zijn klassieke popalbum Tubular Bells aan de straatstenen niet kwijtraakte, tot een jonge Richard Branson zijn ondernemersdrift er op losliet.

In 1973 verscheen Tubular Bells, een compositie die twee plaatkanten besloeg, als eerste uitgave op het toen net opgerichte Virgin Records. Oldfield werd tegen wil en dank een superster en voor Branson was het de eerste bouwsteen van zijn machtige imperium. Het jubileum van Virgin wordt onder meer gevierd met een aantal cd’s.

Een van de albums die verschijnt onder de vlag van het jubilerende platenlabel (tegenwoordig onderdeel van Universal Music), is de 3-cd-box Virgin Records: 40 Years Of Disruptions. Hierop wordt de hitgeschiedenis van het bedrijf in grotendeels chronologische volgorde weergegeven van Mike Oldfield tot electroband Chvrches.

In deze reeks verschijnen een aantal compilatiealbums die dieper ingaan op specifieke periodes en genres (zoals progrock en new wave), maar deze titel legt de focus op (met name Britse) hitlijstnoteringen. Daardoor worden de jaren 70 enkel samengevat door Oldfields Tubular Bells en God Save The Queen van Sex Pistols.

Grensverleggend

De jaren 80 worden vertegenwoordigd door millionsellers van onder meer T’Pau, The Human League, Phil Collins, Culture Club en Simple Minds, alsmede met destijds grensverleggende platen van Giorgio Moroder, Inner City, Neneh Cherry en Soul II Soul. Voor de jaren 90 geldt dat voor Massive Attack, Enigma, Daft Punk en Air.

Het megasucces van meidengroep Spice Girls word ook aangestipt. Je kunt op basis van absolute verkoopcijfers stellen dat de hits uit de 21e eeuw (van onder meer Emili Sandé, David Guetta en The Kooks) oververtegenwoordigd zijn en doorgaans ook ietwat minder memorabel. Op de derde cd coveren acts van nu hits uit de jaren 80.