Na 25 jaar lang zelfgeschreven liedjes te hebben opgenomen, bracht zanger Peter Gabriel in 2010 een album met covers uit, getiteld Scratch My Back. De rollen worden omgedraaid op And I’ll Scratch Yours.

Bijna alle artiesten waarvan Gabriel liedjes bewerkte op Scratch My Back bewijzen hier een wederdienst, met uitzondering van David Bowie, Neil Young en Radiohead. Maar met klinkende namen als Randy Newman, Paul Simon, Lou Reed, Arcade Fire en Elbow is And I’ll Scratch Yours een bijzondere verzameling artiesten.

Hoe uiteenlopend en bijzonder de bewerkingen van het bronmateriaal ook mogen zijn, je herkent er altijd onmiddellijk Peter Gabriel in, zelfs als je het betreffende liedje niet kent. Zijn zanglijnen zijn zo typisch dat het moeilijk is om er een volledig eigen draai aan te geven. Er zijn dan ook maar een paar muzikanten die dat echt lukt.

Lou Reed doet vanzelfsprekend een geslaagde poging met een gruizige versie van het anders zo opgewekte Solsbury Hill en Gabriels protegé Joseph Arthur maakt een indringende uitvoering van Shock The Monkey. Zangeres Feist verbuigt de complete melodielijn van Don’t Give Up in haar minimalistische vertolking met Timber Timbre.

Computergestuurd

Het is verwonderlijk hoe goed de liedjes overeind blijven in totaal verschillende arrangementen, of het nu de dromerige folk is van Bon Iver (Come Talk To Me), de avant-gardistische elektronica van Brian Eno (Mother Of Violence), de synthpop van Stephin Merritt (Not One Of Us) of de computergestuurde postpunk van David Byrne (I Don't Remember).

Maar toch, hoeveel schakeringen, contrasten en accenten je ook aanbrengt, de handtekening van de meester blijft zichtbaar. Paul Simon weet met zijn toch tamelijk conventionele versie van Biko iets geheel eigens neer te zetten, terwijl Arcade Fire, Elbow en Regina Spektor fraaie, maar weinig verrassende covers afleveren.