Dat de roem soms zijn tol eist, daar kan de Amerikaanse band Kings Of Leon over meepraten. Twee jaar nadat de groep op het punt stond te imploderen, is Mechanical Bull de ijzersterke comeback van de familie Followill.

In de zomer van 2011 kampte zanger Caleb Followill met alcoholproblemen die zo heftig waren dat een berucht optreden van de band vroegtijdig gestaakt werd. De resterende tournee werd afgezegd en het betekende bijna het einde van Kings Of Leon. Na het middelmatige Come Around Sundown is de groep helemaal terug.

Het zesde album Mechanical Bull bevat weliswaar geen liedjes die op korte termijn de status van popklassieker zullen bereiken, zoals Sex On Fire en Use Somebody (op Only By The Night uit 2008), maar dat neemt niet weg dat het nieuwe materiaal van dezelfde hoge kwaliteit is. Single Supersoaker is al een overtuigende voorbode.

Dat is dan ook meteen het meest hitgevoelige liedje op de plaat. Opvolger Rock City is een aangenaam southernrocknummer, terwijl Don’t Matter een vrij rechttoe rechtaan Queens Of The Stone Age-achtig deuntje is. Het alcoholgebruik van de frontman wordt aangehaald in het persoonlijke slotnummer On The Chin.

Overtreffen

De broers en neef Followill zijn in alle liedjes op de plaat uit duizenden herkenbaar, al doet Family Tree desondanks denken aan iets dat de rockband The Dobbie Brothers in de jaren 70 had kunnen produceren. De band overtreft zichzelf daarentegen met Comeback Story, dat een buitengewoon ontroerend nummer is binnen de discografie.

De meeslepende liedjes Tonight en Coming Back Again hebben diezelfde overtuiging en zeggingskracht, al hebben ze wat nadrukkelijker die Kings Of Leon-stempel die het voorgaande werk ook al droeg. Dat is niet heel verrassend met huisproducer Angelo Petraglia wederom achter de knoppen. Het is dan ook een kwaliteitskeurmerk.