De Amerikaanse jazzzanger Gregory Porter wordt dit najaar 42 en zou derhalve als een relatieve laatbloeier gezien kunnen worden. Zijn hoorbare levenservaring draagt juist alleen maar bij aan de schoonheid van zijn derde album.

De in Los Angeles geboren Porter bracht pas in 2010 zijn debuutalbum Water uit en opvolger Be Good verscheen twee jaar later. Liquid Spirit is zijn eerste album op het prestigieuze jazzlabel Blue Note Records en de sympathiek ogende zanger met het kenmerkende hoofddeksel werkt hierop wederom samen met Brian Bacchus.

Na ook Be Good geproduceerd te hebben, bouwt Bacchus de liedjes wederom geheel op rondom de zacht smeulende vocalen van Gregory Porter. Vocalen waarin Donny Hathaway en Bill Withers doorklinken en die een oude ziel verraden. Juist de liedjes met de meest spaarzame instrumentatie maken de diepste indruk.

Zo is er het hartverscheurende Water Under Bridges, waarin Porter enkel begeleid door zachte pianoklanken vertelt dat hij hopeloos blijft vastklampen aan de mooie herinneringen aan een voormalige geliefde. In het daaropvolgende Hey Laura ontkent hij op vertederende wijze het feit dat zijn ex eigenlijk al over hem heen is.

Elastisch

Porter bezingt echter niet alleen zijn liefdesleed op Liquid Spirit. In luchtigere, rijker gearrangeerde jazzstukken als Movin’, Musical Genocide, Lonesome Lover, Wind Song en de klassieker The "In" Crowd toont hij de veelzijdigheid van zijn elastische stemgeluid. Hij legt evenveel bezieling in het drietal covers als in zijn eigen werk.

Maar juist zijn zelfgeschreven liedjes in combinatie met dat warme, donkere timbre zijn een gouden combinatie. Zo klinkt het statige When Love Was King als een jazzstandard zoals Nat King Cole ze in de jaren 50 op plaat zette en Brown Grass had een stuk van Isaac Hayes kunnen zijn. Porters stem heeft evenveel karakter.