Waar veel groepen uit de postpunkrevival van een decennium geleden inmiddels gestopt of doorgeëvolueerd zijn, klinkt White Lies op zijn derde album nog steeds grotendeels hetzelfde.

Het trio uit het Engelse Devon ging op zijn twee eerdere albums, To Lose My Life Or Lose My Love (2009) en Ritual (2011), al niet voor de originaliteitsprijs en ook voor Big TV zal de band die niet in de wacht slepen.

De invloed van stijlgenoten als Editors en Interpol, alsmede diverse bands uit de jaren 80, liggen nog altijd aan de oppervlakte.

Dan is het grootste kritiekpunt op de muziek White Lies meteen uit de weg geruimd, want binnen de genrekaders waaruit de liedjes zijn opgebouwd, is Big TV alles behalve een teleurstellend album. Frontman Harry McVeigh en zijn vrienden hebben de ambacht van het liedjesschrijven verfijnd en dat maakt Big TV tot hun beste plaat.

Het titelnummer, waar de plaat mee opent, is doorspekt met elektronica en vertoont zelfs subtiele elementen uit housemuziek. Toch is het geen plat stampwerk wat we hier horen, maar een verfijnde radioplaat. Producer Ed Buller brengt iets van ruimtelijkheid aan in de klank, zoals hij ook doet op het ontroerende Change.

Profiteren

Buller, die eerder werkte met Suede en Pulp, propt de geluidslagen niet nodeloos vol, waar producers Max Dingel en Alan Moulder zich daar op de voorgangers wel toe lieten verleiden. Met name de uitstekende liedjes There Goes Our Love Again, Be Your Man en First Time Caller profiteren van deze luchtigere productie.

De teksten van de groep zijn ook aanzienlijk beter en bij vlagen zelfs poëtisch. Dat White Lies en passant steeds meer begint te klinken als Tears For Fears (met name in de liedjes Mother Tongue, Getting Even en Heaven Wait) kun je ofwel op de koop toenemen ofwel liefdevol omarmen. De band vertoont in elk geval iets van groei.