"I know my place, my time is now", zingt de gretige Miles Kane op het titelnummer van zijn tweede album. Als erfgenaam van vijftig jaar britpop is hij een beetje een karikatuur van de stijliconen van weleer.

Niet dat daar per definitie iets mis mee is. Miles Kane kiest, net als op zijn debuutalbum Colour Of The Trap, voor een smaakvolle benadering van het muzikale nalatenschap van zijn stilistische voorouders. Een beetje van The Beatles, The Kinks, The Who, Paul Weller en Oasis en een beetje van zichzelf.

Paul Weller heeft zelfs aan twee nummers op Don't Forget Who We Are meegeschreven, te weten het alles behalve vurige Fire In My Heart en het, zeker in contrast, erg puntige, bijna The Jam-achtige You're Gonna Get It. De zanger laat zich, getuige het cd-boekje, graag omringen door gevestigde Britse hitauteurs.

Zo schreef Andy Partridge, de belangrijkste liedjesschrijver van de band XTC, mee aan het rocknummer Better Than That en het springerige Darkness In Our Hearts, terwijl Kid Harpoon, verantwoordelijk voor hits van Florence + The Machine en Jessie Ware, co-auteur is van het pakkende Tonight en het relatief ruige Give Up.

Kringen

Ditmaal krijgt Miles Kane geen hulp van Arctic Monkeys-zanger en Last Shadow Puppets-maatje Alex Turner, al heeft Kane voormalig The Lightning Seeds-zanger Ian Broudie weten te strikken voor de tot in de puntjes verzorgde productie. De zanger heeft vrienden in goede kringen, zoveel is duidelijk.

In hoeverre Miles Kane zelf verantwoordelijk is voor zijn geluid, blijft nog altijd wat onduidelijk, al draagt hij in elk geval bij aan de juiste attitude en een onmiskenbaar accent op al zijn liedjes. Strak in het pak en met een hippe haarsnit is Miles Kane de ultieme posterboy voor de britpop. Karikaturaal, maar zonder geloofwaardigheid te verliezen.