De ongecompliceerde en door soul beïnvloede radiopop van Sharleen Spiteri’s band Texas is in het afgelopen decennium nooit afwezig geweest, maar enkel uitgevoerd door artiesten die er misschien wat minder bedreven in waren.

De Schotse band Texas brak in 1989 door met het album Southside en de daarvan afkomstige hit I Don’t Want A Lover, maar het grote succes kwam pas met het vierde album White On Blonde uit 1997, met daarop hits als Halo, Say What You Want en Black Eyed Boy. Het laatste album van Texas is het in 2005 verschenen Red Book.

Het nieuwe materiaal van Spiteri en consorten op The Conversation is nog altijd uiterst toegankelijk, al blijkt uit de producties dat hitsingles geen prioriteit meer hebben. Geloofwaardigheid is misschien nog wel belangrijker dan een groot publiek behagen, wat de samenwerking met Richard Hawley en Bernard Butler verklaart.

De twee zorgen voor een subtiele retrosound, die weliswaar altijd wel aanwezig was in het werk van Texas, hoewel nu meer geënt op de plaatopnames van The Everly Brothers en Roy Orbison dan de Motown-catalogus. De lieflijke liedjes Dry Your Eyes, I Will Always en If This Isn’t Real zijn daar treffende voorbeelden van.

Relatief

Elders refereert Texas aan diens eigen repertoire, zoals in het relatief puntige Detroit City en het titelnummer, terwijl Talk About Love van een album van Blondie geplukt zou kunnen zijn. Andere artiesten die subtiel doorklinken op The Conversation zijn Roxy Music (Big World), Suzie Quatro (I Need Time) en The Vaccines (Be True).

Het beste nummer komt in de vorm van Maybe I, dat gemodelleerd lijkt naar het werk dat The Velvet Underground opnam met Nico, al is het meest hitgevoelige liedje op het album (Hearts Are Made To Stray) bij uitstek een Texas-compositie. Het is goed dat Texas terug is, al laat de groep de radiopop over aan een nieuwe generatie.