Toen eind jaren tachtig de oprichters van de twee destijds meest invloedrijke Britse popgroepen elkaar vonden in Electronic, was een potentiële supergroep geboren. Het bleek echter een voetnoot in hun carrière.

Gitarist Johnny Marr van The Smiths en zanger Bernard Sumner van New Order ontmoetten elkaar in 1984 tijdens de opname van Atom Rock van Quando Quango, maar Electronic werd pas in 1987 opgericht. Neil Tennant van Pet Shop Boys zong mee op debuutsingle Getting Away With It, al liet het album lang op zich wachten.

In mei 1991 lag Electronic eindelijk in de schappen. Het album toonde een grote diversiteit, met zowel potentiële hits (Reality, Gangster) als tracks waarin de housescene van Manchester doorklonk (Try All You Want, Some Distant Memory). Minder iconisch dan Screamadelica van Primal Scream, maar de plaat schetst een goed tijdsbeeld.

De heruitgave van het debuutalbum bevat een tweede cd, met een dozijn moeilijk te vinden nummers, waarvan de helft zelfs nooit eerder is uitgebracht. Niet alles is interessant, al behoren Free Will, Until The End Of Time en de 12-inchversie van Idiot Country tot het betere werk dat Marr en Sumner gezamenlijk produceerden.

B-kantjes

Hoewel deze heruitgave uit twee schijfjes bestaat, mist er toch het nodige aan. Zo zijn de B-kantjes Lean To The Inside en Second To None enkel present in nieuwe mixen, terwijl de juiste singleversies van Get The Message en Tighten Up ontbreken. Datzelfde geldt voor remixen van Feel Every Beat en Disappointed.

Overigens is een deel van de remixen die tussen 1989 en 1992 verschenen gek genoeg wel te vinden op een eerdere uitgave van het album op iTunes. Een handvol sublieme nooit uitgebrachte nummers maakt deze heruitgave van Electronics debuutalbum toch de moeite waard en de plaat zelf weet ook nog steeds te bekoren.