Het laatste album van britpopgroep Suede verscheen bijna elf jaar geleden, dus de verwachtingen voor Bloodsports zullen niet erg hoog zijn. Toch presteert de band rondom Brett Anderson hier op de top van zijn kunnen.

De Britse band Suede bracht twintig jaar geleden zijn titelloze debuutalbum uit, gevolgd door magnum opus Dog Man Star (1994) en doorbraakplaat Coming Up (1996). Deze drie schijven werden geproduceerd door Ed Buller (Pulp, White Lies, Spiritualized), die op dit zesde album van Suede terugkeert achter de knoppen.

Alles lijkt op zijn plek te vallen, met de band die in vorm is en Anderson die zijn beste songmateriaal in jaren aflevert. Enkel Bernard Butler ontbreekt, maar een kniesoor die daar nog over zeurt. Opener Barriers ademt al meteen die vertrouwde sfeer van Suede, hoewel Buller niet louter een nostalgische trip van deze langspeler maakt.

Stilistisch gezien passen nummers als Snowblind, It Starts And Ends With You, Hit Me en For The Strangers moeiteloos tussen ninetieshits als Trash en The Beautiful Ones, al kan het zompige bandgeluid er ook nu nog mee door. De pathos in Sometimes I Feel I’ll Float Away wordt tegenwoordig enkel door Coldplay overtroffen.

Achterdocht

Anderson is volledig in Bowie-modus op Always en het emotionele Faultlines. De achterdocht die blijkt uit de tekst van What Are You Not Telling Me? wordt op fraaie wijze muzikaal weergegeven door een raadselachtige leegte in de uitwerking van het nummer, alsmede in Andersons wanhopig en getormenteerd klinkende vocalen.

Het enige wat Bloodsports mist, is momentum. De hoogtijdagen van de britpop liggen alweer vijftien jaar achter ons en zoals Robbie Williams onlangs opmerkte, zit er niemand meer echt op een plaat van Suede te wachten. Als dit album de opvolger van Coming Up was geweest, was Bloodsports wellicht tot klassieker uitgegroeid.