Wie op het punt staat het album Girl Talk van Kate Nash aan te schaffen in de veronderstelling dat er weer net zulke kittige popliedjes op staan als haar hit Foundations was, komt bedrogen uit.

Waar Kate Nash op haar door Paul Epworth geproduceerde debuutalbum Made Of Bricks nog klonk als een kloon van Lily Allen, gooit de Britse zangeres het op haar derde album Girl Talk over een volledig andere boeg.

Achteraf gezien kan haar tweede plaat, My Best Friend Is You, dan ook worden geschouwd als een overgangsfase.

Dat door Bernard Butler geproduceerde album werd gekenmerkt door het type sixtiespop dat de gitarist van Suede eerder al liet horen op Rockferry van Duffy. De teksten wisselden tussen bijdehand, venijnig en ronduit cynisch. Dat cynische is er wel wat af, maar Kate Nash draagt haar hart nog steeds op haar messcherpe tong.

Producer Tom Biller (die eerder meewerkte op albums van Kanye West, Fiona Apple en Sean Lennon) laat de gelikte popproducties van voorgangers Epworth en Butler achterwege en kiest voor een rauwere, energieke mix van punk en garagerock. Zo spuit Nash haar frustraties in rammelende liedjes als Fri-end?, Sister en All Talk.

Wennen

Nash memoreert op Girl Talk eerder aan Peaches (Cherry Pickin), Blondie in haar begintijd (Rap For Rejection) of Ramones (Conventional Girl) dan aan Lily Allen, al vormen haar spitsvondige teksten en eigenwijze melodielijnen nog altijd het spil van haar liedjes. Voor wie enkel de eerdere singles kent, is dit beslist even wennen.

De twee meest eigenzinnige liedjes staan helemaal aan het einde van de plaat; het akoestische You're So Cool, I'm So Freaky met heus meezingrefrein en het aangrijpende a capella-stuk Lullaby For An Insomniac met een bombastisch orkestraal slot. Een terugkeer naar de hitparades kunnen we met dit album uitsluiten.