Toen de voormalige presidentsvrouw Betty Ford uit een afkickkliniek ontslagen werd, besloot ze zelf mensen te helpen van hun verslavingen af te komen. Pien Feith vernoemt een liedje naar Betty Ford op haar verslavende tweede album.

De Utrechtse zangeres Pien Feith is al ruim tien jaar actief als muzikante, een carrière die ze begon als singer-songwriter. In 2004 verscheen een demo, in 2007 een EP en in 2011 was er dan eindelijk haar eerste langspeler, Dance On Time. Tegen de tijd dat die uitkwam, had ze haar gitaar allang verruild voor synthesizers.

Met opvolger Tough Love trekt ze die lijn door, opnieuw bijgestaan door muzikant Melvin Wevers. Ditmaal levert de Amerikaanse producer Chris Moore (Yeah Yeah Yeahs, TV On The Radio) eveneens een belangrijke bijdrage. Onder zijn aanvoering klinken de liedjes feller, dynamischer, maar ook beknopter en toegankelijker.

Op momenten memoreert Pien Feith aan buitenlandse zangeressen die in dezelfde hoek opereren, waaronder Róisín Murphy, Sia en Lykke Li. Net als deze dames slaagt ook Pien Feith erin om een handvol nummers af te leveren die bij een breed publiek in de smaak zullen vallen, zoals The Highway, At The Blow Up en Invisible Man.

DNA

Het gebruik van samples is op Tough Love subtieler dan op de voorganger, maar onder meer op Slow Guns en I Can Hustle, I Can laat ze blijken dat ze nog steeds deel uit maken van haar muzikale DNA. De genetische voetsporen van tracks als Get Things Done en Money Not Things voeren ook terug naar vroege triphop.

Oh Radical Me lijkt eerder een bastaardkind van The Human League en Tom Tom Club, terwijl Feith de luisteraar in trance brengt middels het desolate ambientnummer Snap Out. De liedjes worden vervolmaakt door Feiths vocalen, die klinken alsof Björk en Florence Welsh elkaar lieve woordjes toefluisteren voor het slapengaan.