De band was nooit zo groot als Blur, Pulp of Oasis, maar Ocean Colour Scene werkte in 1998 wel samen met de meidengroep Spice Girls. Het chauvinisme van dat eenmalige WK-singletje kleeft nog altijd een beetje aan de groep.

Ocean Colour Scene werd in 1989 in Moseley, Birmingham opgericht en bracht drie jaar later zijn titelloze debuutplaat uit. Met het tweede album Moseley Shoals (de titel is een verwijzing naar Muscle Shoals, Alabama) verwierf Ocean Colour Scene nationale bekendheid en scoorde zes Britse top 10-hits in de jaren 1996 en 1997.

In Nederland was Free My Name in 2005 een bescheiden hitje en ook It’s A Beautiful Thing uit 1998 was geregeld op de radio te horen. Buiten de Britse eilanden was Ocean Colour Scene echter nooit veel meer dan een marginaal britpopbandje, net als soortgenoten Cast, Shed Seven, Dodgy, The Charlatans en Babybird.

Toch levert Ocean Colour Scene ook op het tiende studioalbum Painting weer een reeks hele aardige popliedjes af die schatplichtig zijn aan de hersenkronkels van Paul Weller, Pete Townshend en Ray Davies. Een achteloze luisteraar zou If God Made Everyone misschien zelfs aanzien voor een nummer van The Who.

Conventioneel

De band mag inmiddels gereduceerd zijn tot een drietal, naast zanger en voornaamste liedjesschrijver Simon Fowler bestaande uit gitarist Steve Cradock en drummer Oscar Harrison, maar Ocean Colour Scene komt nog altijd met een aangenaam vol doch conventioneel bandgeluid op de proppen. Hier en daar zelfs met folkinvloeden.

Painting schildert het beeld van een typisch Engelse, regenachtige arbeiderswijk met zijn bescheiden rijtjeshuizen. "Still I don’t want to leave England", zingt Fowler trots. Schipperend tussen weemoedig en ronduit vrolijk levert Ocean Colour Scene veertien beknopte en ambachtelijke liedjes af voor de anglofiele medemens.