Drie jaar heeft het geduurd om met een opvolger van het drieluik Hombre Lobo, End Times en Tomorrow Morning te komen. Maar in het jaar dat Mark Oliver Everett 50 jaar wordt, moet dat uiteraard gevierd met de tiende plaat van Eels.

Een album dat - zeker afgezet tegen Hombre Lobo en End Times - erg opgewekt en hoopvol klinkt. Eenieder die de autobiografie Things The Grandchildren Should Know heeft gelezen, weet dat E's levensgeschiedenis genoeg ellende bevat om voor altijd en eeuwig in een zwartgat weg te kruipen.
 

Edoch schijnt de zon op Wonderful, Glorious, waarmee de positieve toon van Tomorrow Morning wordt doorgezet. Ook klinkt Eels hechter dan het voorheen ooit heeft gedaan. Anders dan in het drieluik is het tiende album van Eels een bandprestatie.

Voor het eerst heeft Everett de andere bandleden zelfs toegelaten in de eerdere stadia van het schrijfproces. Het resultaat is een voller, maar geen wezenlijke verschuiving in het geluid van Eels. Op Wonderful, Glorious is het vooral de ruigere kant van de band die we te horen krijgen.

Traan

Gruizige, pakkende en experimentele rock in één plaat samengebald, zoals alleen Eels dat kan. Een enkele ruisende rocker zoals de opener Bombs Away afgewisseld met een lied als The Turnaround, waarin E zijn rol als crooner perfect speelt. Want zelfs als Eels positief klinkt, hoort er een traan in de stem van Everett te weerklinken.

En op Wonderful, Glorious rolt die traan ergens tussen het grovere werk van Tom Waits en Sparklehorse wentelend in treurnis en muzikaal avontuur. Wederom een schot in de roos. Weinig artiesten die zo constant goede én eigenzinnige platen afleveren, maar Eels is het wederom gelukt.