Wanneer je per boot naar Engeland vaart, is Dover al van verre zichtbaar. Eerst als kleine witte streep boven de horizon. Later nadert Engeland met een meters hoge kalkmuur, tot het punt waarop het lijkt dat het land zich over je heen stort.

Een opbouw in dreiging en grootsheid gelijk de opener Dover van Box, het derde album van Aestrid. Klein, in aanzwellende gitaarfeedback beginnend, bouwt de band van Bo Menning op naar een dicht geplamuurde gitaar- en synthesizermuur, waar helder de stem van de geboren Soestenaar doorheen snijdt.

Met een zelfde mengeling van melancholie, hoop en frustratie die in de jaren tachtig shoegaze en wave, en later de pop van Placebo en de postrock van Aereogramme weerklinken, bouwt Aestrid zijn eigen escapistische muziek.

"Weg van hier!", echoot in elke met pathos geladen zin, elke dromerige synthesizerlijn en elke in en door elkaar geweven gitaarpartij. Aestrid neemt elementen uit wave, shoegaze, (Britse) postrock en pop omdat in elkaar te draaien tot een eigen geluid, waarin al deze elementen herkenbaar zijn.

Referenties

Herkenbaar, maar geen enkel genre is leidend. Als je wilt kun je met referenties werpen; New Order, Joy Division, The Twilight Sad en zelfs A-Ha kun je er met de haren bij slepen. Het is vooral pure gedrevenheid die hier de boventoon voert.

Passie is het middel, niet het doel om dit over te dragen. Getormenteerd sleept Menning met zijn band de luisteraar mee in diens nummers, die - net als die witte kliffen bij de kust voor Dover - zich keer op keer imponerend over je heen storten.