De verwachtingen rondom het Interscope-debuut van Kendrick Lamar waren dusdanig hoog dat het album eigenlijk alleen maar kon tegenvallen, maar wonder boven wonder lost de rapper ze allemaal in.

Sterker nog: hij overtreft ze. En niet zo'n beetje ook. Dat het 'echte' debuut van Lamar een weergaloos album geworden is, mag geen complete verrassing heten. Het zelf uitgebrachte Section.80 was al uitstekend en wanneer hiphopicoon Dr. Dre een jonge rapper tot zijn protegé kroont, belooft dat in principe vuurwerk.

En Good Kid M.A.A.D City is dan ook één grote show, ware het een introverte. Het album omhelst een turbulente paar maanden in het leven van Lamar inclusief een bijzondere liefde, een gekke maar uiteindelijk wijze vader en situaties met fatale gevolgen.

In die periode samplet hij onder meer Beach House en hint hij naar talloze sterren uit heden en verleden, zonder zelf de spotlight uit het oog te raken. Niet voor niets geeft Lamar in de ondertitel van zijn album mee dat het eigenlijk een korte film betreft. De cd luistert weg als een Oscarwinnaar die met elke draaibeurt een aantal nieuwe scènes lijkt te bevatten.

Goud

In tegenstelling tot veel mainstreamhiphopplaten anno 2012, blijven gastrollen beperkt tot wanneer echt nodig, maar wanneer wel aanwezig (Drake, MC Eiht) zijn ze raak ook. Nummers als Sing About Me, I'm Dying Of Thirst (een twaalf minuten durend epos met oldschool Dre-beat) zijn op zichzelf goud, maar binnen het concept nog veel meer waard.

Hetzelfde geldt voor het losse Backseat Freestyle en de heftige, verknipte dialoog in The Art Of Peer Pressure. In 2010 leverde Kanye West met My Beautiful Dark Twisted Fantasy wellicht zijn magnum opus af met een plaat die de grenzen van hiphop meters uitrekte. Maar Lamar bewijst dat er binnen de gebaande paden nog genoeg ruimte is om een meesterwerk te leveren.


Kendrick Lamar staat op 6 februari in Melkweg, Amsterdam.