Zes jaar had Beth Orton nodig om met een opvolger van Comfort Of Strangers te komen. Haar vijfde soloalbum pas sinds haar samenwerking met William Orbit negentien jaar terug.

De elektronica, folktronics en triphop van het solodebuut Trailer Park zijn in de tussen liggende vijftien jaar wel weggesleten en wat op Sugaring Season overblijft is folk. In de achtergrond zijn weliswaar nog wat flarden elektronica terug te horen, maar meer dan flarden in de alternatieve folk zijn dat niet.

Deze verschuiving in stijl is echter niet nieuw noch groot. Al sinds Daybreaker in 2002 schuift Orton al meer richting folk, zonder de bijt en het afwijkende van haar eerdere platen te verliezen. In geluid verandert er eigenlijk weinig, zij het dat de gekkere effecten weg zijn en er meer nadruk ligt op het bandgeluid.

Wat wel nieuw is, is dat de zon langs goud omrande wolken schijnt in het werk van de liedjessmid. Sugaring Season is een opvallend positief album, afgezet tegen haar eerdere werk en helemaal vergeleken met de voorganger. Een tweede kind krijgen en de veertig passeren hebben Orton lucht en licht in het leven gegeven.

Weelderig

Haar krakerige stem brengt hoop in Something More Beautiful (geschreven samen met M. Ward). In Call Me A Breeze danst haar stem weelderig over lichte upbeat country en neemt ze je bij de hand om zelf ook even rond te dwarrelen. Of te walsen, meteen door in See Through Blue om daarna even te berusten in Poison Tree.

In deze drie minuten gaat zij samen met de vader van haar kinderen een duet aan. Een nummer waarin zij raakt aan toon en sfeer van Nick Drake ten tijde van Bryter Layter. Een referentie die in arrangementen en klank vaker terugkeert op Sugaring Season en geenszins in negatieve zin.