AMSTERDAM - Het totaal onverwachte soloalbum van Iron Maiden-baas Steve Harris blijkt kwalitatief gezien niet meer dan een uit de hand gelopen hobbyproject.

Dat Harris aan een eigen album werkte, hield hij tot het laatste moment angstvallig geheim. De 56-jarige bassist legde echter de eerste bouwstenen al in 1992. Toen ontmoette hij leden van de band British Lion.

Die band wilde hij onder zijn hoede nemen, maar dat is uiteindelijk niks geworden. Wel beviel de samenwerking zodanig dat Harris besloot een aantal van de leden te gebruiken voor een soloproject en de bandnaam voor de titel.

Dat het album nu pas uit is, ligt aan het feit dat Harris tijd moest maken naast het drukke schema van Iron Maiden. De cd is gewoon nu pas af.

Jaren '70

Muzikaal heeft het niks met Maiden te maken. Harris wilde hier zijn ei kwijt wat betreft zijn liefde voor jaren zeventig-muziek in het straatje van UFO en The Who. Dat is goed te horen, maar jammer is dat de nummers zelf wat gewoontjes zijn.

Het album komt moeizaam op gang en pas vanaf het vierde (enige Maidenesque) nummer begint het wat interessanter te worden en komt de boel in ieder geval wat op gang. Alles is verder wel in orde, want Harris weet hoe je een nummer met kop en staart schrijft. Maar vooral het doffe geluid en eentonige zang maken van British Lion een lichte teleurstelling.