De muziek, de pakken, de kapsels, het artwork; je houdt er van of niet, maar op alle vlakken is Moke één van de meest artistiek uitgesproken bands van Nederland. Alleen is dat op Collider iets minder aan de orde.

Toen Moke in 2007 zijn debuutalbum Shorland uitbracht, was dat één van de meest opmerkelijke en kwalitatief hoogstaande Nederlandse debuutalbums in jaren. De authentieke britpop was een buitengewoon succes, dat nogmaals bevestigd werd met de verkoopresultaten van de grimmigere opvolger The Long & Dangerous Sea.

Het klopte in alle opzichten; de referenties aan Echo & The Bunnymen, een ambiance die zo donker was als de kostuums van de heren, maar liederen die toch even fel waren als de podiumlichten die de bandleden zo vaak beschenen. Op Collider klinkt Moke daarentegen luchtiger, losser en lichtzinniger.

Dat kun je ervaren als toegankelijker en lichter verteerbaar, zeker in verhouding tot het toch soms wat zware The Long & Dangerous Sea, al is het gros van de liedjes (los van het direct herkenbare stemgeluid van Felix Maginn) wat kleurloos en vlak. Vergelijkingen met Snow Patrol, Keane en het recente werk van U2 doemen zomaar op.

Sprankelen

Overwegend is het songmateriaal aanzienlijk minder sterk dan op het inmiddels vijf jaar oude debuut, al weet producer Gordon Groothedde (vooral bekend van zijn werk met Nick & Simon) de soms wat fletse composities alsnog te laten sprankelen. Hierbij nog altijd leunend op Britse pop en rock uit de afgelopen drie decennia.

Na een aantal luisterbeurten is er een handvol liedjes dat aan het trommelvlies blijft plakken, te weten Sing On, Scratch Marks en Straight To You. De editie met de dvd van de theatertour Till Death Do Us Part is overigens een aanrader, met (naast eigen werk) covers van onder meer Bruce Springsteen The Blue Nile, The Verve en U2.