Op de hoes van haar album Glad Rag Doll ligt zangeres Diana Krall in een wulpse pose met lingerie aan in wat lijkt op een bordeel uit het interbellum. Het is ook daar waar ze haar repertoire voor dit album vandaan haalt.

Uiteraard niet uit de hoerenhuizen van tussen de twee wereldoorlogen zelf, hoewel wellicht enkele van deze liedje ook daar gespeeld werden. Wel stammen grofweg alle nummers uit die periode, met name uit de jaren twintig en dertig, en een aanzienlijk deel ervan werd uitgegeven door de muziekuitgeverijen in Tin Pan Alley.

Zo is er het door Bing Crosby bekend gemaakte Here Lies Love uit 1932 (hoewel hij meer van deze liedjes opnam), maar ook een versie van I Used To Love You But It’s All Over Now van Frank Crumit uit 1929, waarop het door Shirley en Bobby Womack geschreven en door The Rolling Stones gecoverde It’s All Over Now lijkt te zijn gebaseerd.

Behalve de stokoude liederen uit de gloriedagen van Tin Pan Alley, staan er ook een paar nummers op van na de Tweede Wereldoorlog; I’m A Little Mixed Up van Betty James uit 1961, Lonely Avenue van Ray Charles uit 1956 (gebaseerd op I’ve Got A New Home van Pilgrim Travelers uit 1953) en Wide River To Cross van Buddy Miller uit 2004.

Kalmte

Producer T-Bone Burnett (Elvis Costello, John Mellencamp, Willie Nelson) geeft de popliedjes uit lang vervlogen tijden een meer eigentijdse omlijsting, die een midden vindt tussen jazz, country, blues en folk. Sommige nummers klinken broeierig in de nieuwe arrangementen, terwijl anderen baden in een aangename, ouderwetse kalmte.

Krall zelf klinkt ondertussen sensueel in We Just Couldn’t Say Goodbye en Just Like A Butterfly That’s Caught In The Rain, weemoedig in Prairie Lullaby en Let It Rain en hunkerend in het ruim tachtig jaar oude titelstuk. Als Krall je nog niet door middel van de hoes verleid had om deze plaat aan te schaffen, dan doen haar vocalen dat wel.