Natuurkunde is niet rock-'n'-roll? Daar denkt de Britse rockband Muse heel anders over en vernoemt zijn album The 2nd Law doodleuk naar de tweede wet van de thermodynamica.

Al ten tijde van de albums Absolution en Black Holes And Revelations had Muse zijn eigen sound geperfectioneerd; grootst, dreigend en soms complex in structuren, hoewel het liedje nooit uit het oog verliezend (zoals bij de progressievelingen van Radiohead nog wel eens gebeurde in hun meest experimentele geluidscollages).

En op The Resistance deed Muse er gewoon nog een schepje bovenop. Af en toe minder avontuurlijk voor wie experimenteerdrang prefereert boven pretentieuze progpop, maar ook in deze opzet bleek het eindresultaat zonder meer geslaagd. Op The 2nd Law is het minder duidelijk wat Muse nu eigenlijk wil.

De overduidelijke invloeden van Queen zijn nog steeds aanwezig (onder meer in koortjes en in de opbouw van nummers), maar ook veel andere voorbeelden dringen door tot dit zesde album van het trio rondom Matthew Bellamy. Het eerder genoemde Radiohead weerklinkt helder in Animals en Explorers, twee van de beste nummers.

Omgebouwd

Maar Muse haalt de mosterd ook elders. Zo is de invloed van U2 onmiskenbaar in (met name) Big Freeze, Kashmir van Led Zeppelin wordt handig omgebouwd tot openingsnummer Supremacy, Panic Station is hoe Red Hot Chili Peppers had geklonken met Bellamy als frontman en dan is er nog het op Skrillex en Nero geënte dubstepnummer.

Muse komt met veel ideeën op tafel, maar niet overal met het gehoopte resultaat. De twee door bassist Chris Wolstenholme geschreven nummers zijn erg verrassend, waarbij Liquid State enigszins teruggrijpt op het vroege werk van de band. Pas in het slotnummer bereikt Muse weer zijn volle potentie, maar dat was het wachten meer dan waard.