Charlie Jones’ Big Band is de band rond kunstenaar Jan Verstraeten, in 2010 nog een duo met Joris (Jones) , maar voor de derde langspeler Until I Get Bald inmiddels uitgegroeid tot een kwartet.

Nog steeds geen bigband, zoals de bandnaam impliceert, maar naast de logistieke groei van de band is Charlie Jones’ Big Band sinds Wash The Dirt Off These Hands op Quadrofoon Records is de band ook muzikaal enorm gegroeid.

Daar waar dit tweede album niet ver voorbij de folkloristische bluesverzameling van Alan Lomax en The Anthology Of American Blues And Folk Music kwam, weet het kwartet op Until I Get Bald dat geluid echt te moderniseren zonder de authentieke chaingang kwijt te geraken.

De spanning van de Amerikaanse katoenplukkers vertaalt naar de ellende en donkere periode van een groep vroeg twintigers die de blues aanvoelen alsof het hun eigen water is. Maar dit niet zonder aan het geluid uit het begin van de twintigste eeuw de spirit van de vroeg 21e eeuw toe te voegen.

Mississippi

Want hoewel de band duidelijk teruggrijpt op de klassieke blues, vooral in de lijdende vorm afkomstig uit de Mississippi Delta, klinkt de band toch modern. Uiteraard door de helderdere productie van de moderne tijd, maar vooral door de arrangementen die soms meer naar de indiepop neigen dan naar de blues.

Wat echter het meeste telt aan Until I Get Bald is de authentieke sfeer die door de hele plaat kraakt. Het is een album dat je op vinyl waarschijnlijk nog puurder ervaart, maar op cd of op chocola doet de band het ook goed. Zeker bij de fans van Jack White, Black Box Revelation en The Black Keys.