Waar de soloplaten van Jon Bon Jovi nooit mijlenver verwijderd zijn van wat hij met zijn befaamde band doet, zelfs niet voordat hij die oprichtte, durft gitarist Richie Sambora wel van het platgetreden pad af te wijken.

Het heeft wel lang geduurd voordat Sambora weer eens op eigen kracht een plaat uitbracht. Een kleine vijftien jaar om precies te zijn. In februari 1998 verscheen zijn tweede album Undiscovered Soul, bijna zeven jaar na zijn solodebuut Stranger In This Town. Allen opgenomen in de periodes dat Bon Jovi even stil lag.

Het toont de enorme toewijding van de gitarist voor zijn band, feitelijk een bedrijf gerund door diens naamgever, heeft en die nevenactiviteiten daardoor nagenoeg onmogelijk maakt. Maar dit album moest er komen, na een moeilijke periode in het leven van Sambora, met een scheiding, de dood van zijn vader en vervolgens een alcoholverslaving.

Sambora schreef de ellende van zich af, maar kon dat niet kwijt bij Bon Jovi. Het gevolg is Aftermath Of The Lowdown, dat de meest persoonlijke schrijfsels uit Sambora’s carrière bevat. Hij put uit zijn pijnlijke ervaringen en weet die om te zetten tot ijzersterke rocksongs, zoals we ze al een decennium niet meer hebben gehoord van zijn band.

Venijnig

Bovendien haalt Sambora op Aftermath Of The Lowdown weer een flinke portie hardrock van stal, waar oude fans van de groep uit New Jersey lang op hebben moeten wachten. Maar ook nu-metal en Coldplayeske pianorock vinden hun weg op dit album en misstaan allerminst tussen Sambora’s venijnige gitaarwerk.

Een drietal fraaie rockballads (You Can Only Get So High, Seven Years Gone en het wonderschone I’ll Always Walk Beside You) klinken toegankelijk, maar bevatten wellicht Sambora’s meest introverte teksten ooit. Los van de soms wat irritant bewerkte vocalen, een carrièrepiek voor de muzikant. En honderd keer beter dan de laatste van Bon Jovi.