De opname van frontman Billie Joe Armstrong in een afkickkliniek kon voor Green Day op haast geen slechter moment getimed worden, want de punkrockband brengt net het eerste deel van zijn nieuwe albumtrilogie uit.

Het is eigenlijk niet meer echt van deze tijd om een albumtrilogie uit te brengen, laat staan dat het past bij punkrock. Het is iets dat dateert uit de jaren zeventig en het was indertijd niet iets waar punkbands zich mee bezighielden. De boodschap moest immers compact, binnen drie minuten en bijvoorkeur met slechts drie akkoorden.

Nu is Green Day tijdens zijn levensloop al regelmatig van dit pad afgeweken, onder meer in de vorm van de conceptalbums American Idiot (2004) en 21st Century Breakdown (2009). Met het ruim negen minuten durende Jesus Of Suburbia werd Green Day welhaast onderdeel van iets waar punk altijd tegen ageerde; overdadigheid.

¡Uno! mag dan wel het eerste deel zijn van een drieluik (in november gevolgd door ¡Dos! en in januari door ¡Tré!), maar thematisch worden de nummers nergens aan elkaar gelinkt en de individuele liedjes maken ook geen deel uit van een groter verhalen. De drie albums zijn vooral een behoorlijke bulk aan nieuw materiaal.

Knipoog

Volgens Armstrong zijn de drie albums het gevolg van een creatieve periode en is deze trilogie in zekere zin een knipoog naar de eerste drie albums van Van Halen. Toch zijn de liedjes op ¡Uno! geen voortzetting van de (overigens zeer kundig vervaardigde) albums American Idiot en 21st Century Breakdown.

¡Uno! is juist een terugkeer naar de punkrock die Green Day in de jaren negentig maakte, met een sluimerend verlangen naar dat hongerige bandje dat zichzelf indertijd op de kaart zette met Dookie. Een aantal van de nummers hier zijn vergelijkbaar in energie en attitude, waaronder Let Yourself Go, Troublemaker en Kill The DJ.

Niet-functioneel

Wanneer ze op dat befaamde doorbraakalbum uit 1994 hadden gestaan, dan waren ze mogelijk zelfs uitgegroeid tot klassiekers. Het feit dat Billie Joe Armstrong als veertigjarige echter nog steeds tamelijk puberale teksten met een onnodige hoog aantal niet-functionele scheldwoorden voortbrengt, getuigt niet van zijn zelfbenoemde creatieve piek.

Muzikaal wordt het genre ook niet verder uitgediept dan Green Day dat in de voorgaande twee decennia deed, maar desondanks levert de band met ¡Uno! een dozijn bijzonder prettige en toegankelijke punkrocknummers af, waarmee Armstrong en consorten in ieder geval laten horen zich niet te laten aftroeven door jongere genregenoten.