Als er een lijn valt te trekken door het werk van het Deense Efterklang, dan is het de experimenteerdrang die het kwartet met elk nieuw album toont. Elk album wordt een ander pad bewandeld.

Zo ook met de vierde langspeler, Piramida. Meer nog dan de voorganger, Magic Chairs uit 2010, slaat de band hier de weg van de pop in. Jaren zeventig-pop, wel te verstaan. In sfeer vooral, maar ook in de diepe arrangementen, doet Efterklang hier denken aan Roxy Music.

De botsing tussen klassieke instrumenten en elektronica zorgt voor een voortdurende wrijving tussen melancholie en vooruitgang. Het is echter vooral de stempel van Eno – die in die dagen de studio tot instrument verhief – die hier hoorbaar is.

Rijke en diepe arrangementen met veel ruimte voor elektronica, maar wel weer zo aangepakt dat de bombast van de voorgaande platen is verdwenen. Efterklang is op Piramida ingetogen en minimaal te werk gegaan.

Zweven

In plaats van volle nummers die maar aanblijven zwellen, durft het kwartet het aan om ruim vier minuten rond hetzelfde motief te blijven zweven, zoals in The Ghost of Black Summer. Kunst van deze minimale houding is echter dat Piramida voller klinkt, net zoals Grizzly Bear dat op de laatste plaat weet te bereiken.

Het wel bekende adagium "minder is meer" in praktijk uitgevoerd. En juist door die verfijnde, vol maar lege, arrangementen is het een album dat de tijd nodig heeft om zich geheel voor je open te vouwen. Neem je echter die tijd, dan is het een album om geheel bij weg te dromen, opreis met Efterklang in de nagalm.


Efterklang speelt op 7 november in de Catherinakerk, Eindhoven.