In de vijf jaar die Two Gallants langs de zijlijn heeft gezeten, is de wereld overspoeld met muzikanten die putten uit de Amerikaanse blues- en folkanthologie. Nu is de band terug.

Terug naar de onbevangen wortels van de Amerikaanse traditie. Een traditie waar ook Two Gallants op The Bloom And The Blight, het vierde album van het duo, verder uit put. Lo-fi folkliederen met hier en daar een scheurende hardrockriff die Two Gallants de southern rock intrekt.

Een kruising tussen Little Feat, The White Stripes en Deer Tick in een zo ruw mogelijke versie, waarbij geen poging is gedaan om foutjes weg te werken. In een aantal gevallen leidt dit tot kleine parels, zoals in het ingetogen Broken Eyes. Maar daar staan ook momenten tegen over waar je de indruk hebt naar onafgewerkte schetsen te luisteren.

Schetsen die ook bedoeld hadden kunnen zijn voor een album van hardrockband Nazareth. Met name een nummer als Ride Away, waar Adam Stephens zowel de scheur van zijn gitaar als die over zijn stembanden openzet, zou zo overgenomen kunnen worden in het repertoire van die Schotse band.

Pijn

Die ongepolijste puurheid is charmant en werkt in zekere mate om de aandacht erbij te houden. Wat de plaat echter ontbeert is pure overtuiging. De zanglijnen klinken bij momenten geknepen en zelfs geforceerd. Niet geladen door emotie, maar eerder door fysieke pijn.

En dat werpt de vraag op of er na een hiaat van vijf jaar nog plek is voor Two Gallants. The Bloom And The Blight is in ieder geval niet goed genoeg om het duo volop in de schijnwerpers te zetten. Maar als je van gruizige indiefolk met ruig rockrandje houdt, dan is Two Gallants leuk genoeg om je schemerlampje op te richten.