Het wordt steeds moeilijker om een goede, ongebruikte bandnaam te vinden. Bij een naam als Alberta Cross denk je niet aan een band, maar aan een misschien iets op leeftijd zijnde zangeres.

In werkelijkheid gaat het hier om een Amerikaans bandje rond zanger en liedjesschrijver Petter Ericson Stakee. De vlag dekt dus op geen enkele manier de lading. Samen met onder andere vaste partner-in-crime bassist Terry Wolfers maakt Ericson Stakee indiepop met een heel klein randje Southern rock.

Maar op het tweede album Songs Of Patience wordt de Southern rock steeds verder weggedrukt door een algemener indierockgeluid. En dat is zonde, want het beste werk op Songs Of Patience zijn juist de liedjes waar deze invloeden een duidelijke plek krijgen.

Beste voorbeeld is Life Without Warning, misschien wel het beste liedje op het album, dat duidelijk kleur bekent en daardoor tijdloos klinkt. De meeste andere songs op het album, met name aan het begin, zouden zo kunnen staan op een album van een van de legio aan Engelse bands die opstond na het succes van Radioheads OK Computer uit 1997.

Rekken

Radiohead-light dus, zonder de gekte en wanhoop met daarvoor in de plaats een poging tot Elbow-achtige melancholie die eigenlijk nooit echt goed uit de verf komt. Daarbij komt ook nog eens dat Ericson Stakee's stem wat zeurderig klinkt. Een paar liedjes is dat prima, maar ongeveer op de helft van het album ben je zijn Oasiseske langer-rekken-van-ieder-laatste-woord een beetje moe.

Songs Of Patience is daarmee een album waarvan er dertien in een dozijn zitten. Prima, maar niets nieuws. Het pijnlijke is dat als de heren volledig gekozen hadden voor hun americana-achtige geluid ze misschien daadwerkelijk iets eigens in handen hadden gehad. Maar zoals ze er nu voorstaan, zijn ze het zoveelste compleet inwisselbare indiebandje.